|
Onze praktijk en ParkinsonNet.
Eén van onze therapeuten, Marloes van Riemsdijk, is gespecialiseerd in het behandelen van mensen met de ziekte van Parkinson en is aangesloten bij het ParkinsonNet.
Dat is een netwerk van neurologen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten die allemaal gespecialiseerd zijn in het behandelen en begeleiden van mensen met de ziekte van Parkinson of een parkinsonisme.
Deze ParkinsonNet therapeuten zijn opgeleid door professionals van het Parkinson Centrum Nijmegen, afgekort ParC, een onderdeel van het UMC St Radboud.

Wat biedt een dergelijk netwerk aan voordelen?
Door de diversiteit aan problemen die ontstaan als gevolg van de ziekte van Parkinson zijn vaak meerdere zorgverleners betrokken bij de behandeling. Natuurlijk is het beter als al die behandelingen goed op elkaar worden afgestemd. Dit is beter mogelijk door het netwerk.
Daarnaast hebben de therapeuten van het netwerk meer ervaring omdat zij meer parkinsonpatiënten zien dan de gemiddelde therapeut.

Wanneer is het verstandig een fysiotherapeut in te schakelen?
Bijvoorbeeld als u problemen ervaart bij dagelijkse bewegingen, zoals lopen, opstaan uit een stoel of het omrollen in bed. Als u merkt dat uw conditie of kracht vermindert. Of wanneer u het afgelopen jaar meerdere malen bijna of echt bent gevallen.
Voor dat de behandeling begint, wordt u gevraagd (eventueel samen met uw partner) een aantal vragenlijsten in te vullen zodat een goed beeld van uw situatie ontstaat.
Later kunnen dezelfde vragenlijsten nogmaals worden ingevuld zodat het effect van de behandeling en het verloop van de ziekte kunnen worden geëvalueerd en de behandeling eventueel kan worden aangepast.
De adviezen, behandeling en begeleiding zijn afhankelijk van uw hulpvraag en worden afgestemd op hoe de ziekte van Parkinson zich bij u ontwikkeld. Het doel ervan is het verbeteren of behouden van uw zelfstandigheid en veiligheid.
Niet iedere parkinsonpatiënt krijgt met dezelfde klachten en problemen te maken.
Bij de één staat bijvoorbeeld de tremor op de voorgrond, bij de ander de traagheid van bewegingen. Bij iedereen verloopt de ziekte weer anders en staan andere klachten in meer of mindere mate op de voorgrond. Ieder van u heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen problemen.. Daarom moet de therapie voor ieder persoonlijk bekeken en opgesteld worden.

Balans en valproblemen bij de ziekte van Parkinson
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 40% van alle parkinsonpatiënten herhaaldelijk valt.
Waardoor wordt dat vallen bij de ziekte van Parkinson veroorzaakt?
Meestal (70%) wordt vallen veroorzaakt door in de patiënt gelegen (intrinsieke) factoren, zoals loopstoornissen en balansproblematiek. Deze problemen kunnen ontstaan als gevolg van de ziekte van Parkinson zelf maar ook door bijwerkingen van de medicijnen.
Buiten de patiënt gelegen (extrinsieke) factoren (30%) zoals drempels of kleedjes zijn veel minder vaak de oorzaak van een val. Ondanks dat 30% zeker de moeite waard is om naar te kijken, zal hier alleen ingaan worden op de eerste groep, de intrinsieke factoren.

 Want wat zijn belangrijke intrinsieke factoren?
Hieronder zal kort op elk van deze punten worden ingegaan.
Freezing
Freezing is het “bevriezen van een beweging”. De meest bekende vorm is het niet op gang kunnen komen met lopen of het plotseling stoppen van die beweging. Soms is er sprake van het volledig vast staan van de benen, maar meestal uit freezing zich in trillende benen.
Freezing treed met name op bij het starten, het draaien, het naderen van een smalle doorgang of het uitvoeren van meerdere taken tegelijkertijd. Patiënten geven dan ook vaak aan dat zij vallen of hun balans verliezen tijdens één van deze situaties. Daarnaast kunnen stress, angst of emotionele opwinding freezing verergeren.
Uit onderzoek blijkt dat na 5 jaar 50% van de parkinsonpatiënten te maken krijgt met freezing.
Uit andere onderzoeken blijkt ook dat freezing vermindert bij het toepassen van cues. (prikkel) Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van auditieve cues. (bv een metronoom), visuele cues (bv de stoeptegels) of mentale cues (in gedachte de juiste staplengte nemen). Dit is dan ook waar de fysiotherapeut zich op zal richten als er sprake is van freezing.

Problemen met dubbeltaken
Het is net al even genoemd als een moment waarop freezing op kan treden. Een dubbeltaak is het uitoeren van meerder taken tegelijk.
Het blijkt dat parkinsonpatiënten niet goed in staat zijn de prioriteit te leggen bij de activiteit die op dat moment het belangrijkst is. Wanneer u bijvoorbeeld loopt en een vraag gesteld krijgt moet u uw aandacht houden bij het behouden van het evenwicht en niet beide taken proberen tegelijk uit te voeren.
Ook het uitvoren van een transfer, bv het opstaan uit de stoel, kost daardoor extra moeite omdat dit complexe bewegingen zijn waarbij op veel dingen tegelijk gelet moet worden. Zo moet het gewicht naar voren worden gebracht, het evenwicht behouden worden en moet u overeind komen.
Deze complexe, vaak automatische, bewegingen kan een fysiotherapeut opdelen in kleinere simpele bewegingen die achter elkaar worden uitgevoerd. Hierdoor kunt u de beweging bewust en veiliger uitvoeren. We noemen dit cognitieve bewegingsstrategieën.
 
Verstoorde houdingsreflexen
Als een gezond persoon zijn evenwicht verliest reageert het lichaam hierop door de houding te veranderen zodat iemand niet omvalt. Bijvoorbeeld door een grote pas naar achter te maken. Bij de ziekte van Parkinson wijken deze houdingsreflexen af. Het lichaam past zich niet goed genoeg aan de omstandigheden aan. Als een parkinsonpatiënt bijvoorbeeld het evenwicht naar achteren verliest maakt hij te kleine en te trage pasjes.
U herkent hierin misschien de (retropulsie)test die de neuroloog vaak uitvoert. Hij laat u staan en trekt u plotseling naar achteren om te kijken of u uw balans kunt handhaven en hoeveel passen u achteruit moet doen om niet te vallen. Vaak zal het evenwicht met moeite gehandhaafd kunnen worden.
Maar ook hier valt wel verbetering te bereiken zodat u beter uw balans kunt handhaven, want uit onderzoek is gebleken dat een combinatie van evenwichtsoefeningen met krachttraining van de benen een positief effect hebben op de balans.

 Valangst
Een gevolg van herhaaldelijk vallen kan angst veroorzaken om weer te vallen. Deze angst kan vervolgens de dagelijkse activiteiten belemmeren en kan zo hevig zijn dat iemand zijn huis niet meer uit durft. Door de inactiviteit die hierdoor ontstaat, nemen bijvoorbeeld de conditie en de kracht af waardoor het risico om te vallen alleen maar groter wordt. U begrijpt dat er dan een soort cirkel ontstaat. Het vallen neemt toe, de angst neemt toe en men wordt nog inactiever. Deze spiraal moet doorbroken worden door de angst te verminderen. Dat kan als men ervaart dat door het gebruik van cues en cognitieve bewegingsstrategieën de balans beter kan worden gehandhaafd.
Daarnaast blijkt dat mensen minder bang zijn om te vallen als ze goed weten hoe ze daarna weer overeind kunnen komen. Een fysiotherapeut kan u leren hoe u weer op beide benen komt te staan.

Bijwerkingen van medicijnen
Anti-Parkinsonmedicijnen zijn ALLEEN SYMPTOOMBESTRIJDERS. Zij vertragen of versnellen het ziekteproces niet.
Meestal wordt er met deze medicatie gestart als er door de ziekte van Parkinson zoveel klachten ontstaan dat het functioneren in dagelijks leven wordt verstoord. Vaak bepaald de patiënt zelf wanneer dit het geval is. Dit is vaak een moeilijke beslissing omdat na langer gebruik van deze medicijnen bijwerkingen op gaan treden.
Zo ontstaan bij een langer gebruik van Levodopa on-/ off- periodes. (een afwisselende goede en slechte respons op het medicijn). Daarbij kunnen tijdens die on periodes, dus de momenten dat het medicijn goed werkt dyskinesieën (abnormale, onvrijwillige bewegingen, die vaak heviger worden tijden een activiteit) optreden.
Ook ontstaat er bij langer gebruik het zogenaamde wearing-off fenomeen. Dit houdt in dat dezelfde dosis levodopa steeds minder effectief wordt. Hierdoor moet er steeds meer medicijn ingenomen worden voor eenzelfde effect.
Andere bijwerkingen zijn bijvoorbeeld duizeligheid en een lage bloeddruk.
Valincidenten komen vaker voor in de periode dat de medicatie goed werkt (on periode). Die zou kunnen komen doordat de patiënt mobieler is als de medicatie goed werkt, met als gevolg een grotere kans om te vallen. Maar een andere reden is dat de bijwerkingen van de medicatie de balansproblemen en het vallen veroorzaken.
Dyskinesieën (onwillekeurige, overtollige bewegingen, zijn doorgaans een uiting van te sterk werkende anti-Parkinsonmedicatie en kunnen zo hevig zijn dat de patiënt uit balans raakt.
Als door de medicatie een te lage bloeddruk ontstaat, wordt men duizelig bij bijvoorbeeld snel opstaan.
Als fysiotherapeut kunnen wij de medicatie niet veranderen. Maar we kunnen u er natuurlijk wel op wijzen als we verwachten dat de klachten veroorzaakt worden door de medicatie. En we kunnen u wijzen op de bijwerkingen die medicatie kan veroorzaken zodat u er rekening mee kunt houden.

 Algehele conditie en stijfheid
Ten slotte kan de fysiotherapeut een actieve rol spelen bij het onderhouden van de conditie, de spierkracht en de mobiliteit. Genoeg beweging is belangrijk omdat te weinig beweging kan leiden tot hart- en vaatziekten, slapeloosheid, osteoporose en obstipatie.

Wanneer beweegt u genoeg?
Wat de hoeveelheid en de intensiteit van bewegen betreft wordt de Nederlandse Norm Gezond Bewegen aangeraden. Deze norm is gesteld op een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op tenminste vijf, maar bij voorkeur alle dagen van de week.
De vraag die dan waarschijnlijk bij u opkomt is. Wat is matig intensief.? U kunt hierbij denken aan de intensiteit die u ervaart bij bijvoorbeeld wandelen, fietsen,.of zwemmen. Uw fysiotherapeut kan u dit een keer laten ervaren zodat u weet op welk niveau u het beste actief kunt zijn.

Laatste wijziging:12-03-2008 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
|