MTC HUIZEN
 
 
Multi Therapeutisch Centrum Huizen
035 52 413 89 (08.30u-12.00u)
Volg MTC Huizen op Facebook
Hardloopschoenen

Inleiding
De normale belasting
Blessures
Hardloopschoenen.
Slijtage oude sportschoenen.
Specifieke sportschoenkeuze.
Eigenschappen van een goede hardloopschoen.
Conclusie.
Aandachtspunten.

Inleiding.
Verschillende sportblessures kunnen ontstaan door verkeerde hardloopschoenen. Hierbij zijn twee belangrijke oorzakelijke factoren aan te geven. Stabiliteit en schokdemping. Bij onvoldoende stabiliteit komt er een te grote trek- en/of drukbelasting op pezen, spieren en kapsels van gewrichten. Hierdoor kunnen overbelastingsblessures ontstaan aan deze "weke delen". Wanneer de schoenen de schok niet opvangen zijn er een aantal blessures vanuit de literatuur bekend die hierdoor kunnen ontstaan.

De normale belasting.
Bij het landen op het hielbeen wordt in eerste instantie de buitenzijde belast. Na dit contact maakt de voet een naar binnen kantelende beweging. Dit wordt pronatie genoemd. Deze beweging loopt door totdat het uiterste teenkootje contact maakt met de onderlaag. De naar binnenkantelende beweging (pronatie) wordt geremd door een aantal spieren aan het scheenbeen.
Door de zolen van de loopschoenen wordt de de afstand tussen het grondcontact en de as van draaiing van uw voet vergroot.Dit heeft als consequentie dat de voet verder naar binnen zal kantelen (=overpronatie). Om deze overpronatie te verkleinen is het van belang dat er o.a. een hielkap in de schoen aanwezig is. Tevens is een goede fixatie van de hielkap op de tussenzool noodzakelijk. Dit kan o.a. met een hielstabilisator en een schuin aflopende tussenzool. Deze verhogen de achtervoetstabiliteit.

Blessures.
Blessures door onvoldoende stabiliteit :
Ontsteking door overrekking van het grote peesblad onder de voet = Fasciitis plantaris.
Ontsteking achillespees door een vergrote rek aan de binnenzijde.
Irritatie van een van de scheenbeenspieren die de overpronatie proberen tegen te houden = Tibialis posteriorsyndroom.
Knieklachten door versterkt naar binnen kantelen (overpronatie) en door te veel torsie (draaiing van de voet).
Ontsteking van de pees onder de knieschijf= Infrapatellaire tendinitis.
Beschadiging van het kraakbeen onder de knieschijf = Retropatellaire chondromalacie of PatelloFemoraal PijnSyndroom.
Frictie van een groot, langwerpig peesblad aan de buitenzijde van het bovenbeen (tractus iliotibialis) langs een benige knokkel (zijkant kniegewricht) = Iliotibiaal frictiesyndroom.
Blessures door onvoldoende schokdemping :
Buiten een aantal hiervoor beschreven blessures; fascitis plantaris, achillespeesontsteking, tibialis posterior syndroom en retropatellaire chondromalacie kunnen ook een aantal specifieke blessures ontstaan door onvoldoende schokdemping :
Haarscheurtjes in met name het scheenbeen, die meestal ontstaan door onvoldoende schokdemping = Fissuren of stressfracturen.

Hardloopschoenen.
Sportschoenen zijn specifiek ontwikkeld om de schok op te vangen en de voet in sommige gevallen te stabiliseren. Hardloopschoenen zijn er voor :

  • Antipronatie schoen voor overproneerders. Hierbij is het materiaal aan de binnenzijde van de tussenzool harder t.o.v. de buitenzijde.
  • Antisupinatie schoen voor supinatielopers. Hierbij is de buitenzijde van de tussenzool meer ondersteunend dan de binnenzijde.
  • Neutrale schoen voor neutrale lopers. Hardloopschoenen voor een normaal pronerende voetafwikkeling.

De keuze voor een antipronatie, neutrale of een antisupinatie schoen is afhankelijk van de voetafwikkeling Deze voetafwikkeling wordt beoordeeld door een film, een voetafdruk met op een podobaroscoop (=glasplaat met daar onder een spiegel) of het maken van een blauwdruk van de voet. ( De aanschaf van een corrigerende schoen terwijl deze correctie niet noodzakelijk is kan vanzelfsprekend ook tot klachten leiden.)

Slijtage oude sportschoenen.
Oude hardloopschoenen geven een goede indruk over iemands looppatroon. De stand van het bovenwerk en de tussenzool en de slijtage van het bovenwerk en de buitenzool is daarbij van belang.
Slijtage van de buitenzool.
Het is normaal als de buitenzijde van de hak slijt Dit komt omdat men als eerste de buitenzijde van de hak belast tijdens de landingsfase (dit is bij 80 % van de hardlopers het geval, de resterende 20% landt op de voorvoet of middenvoet). Onder de voorvoet slijt de buitenzool symmetrisch vanuit het midden . Omdat bij de afzetfase met een vrijwel vlakke voorvoet wordt afgezet. Slijtage over de gehele buitenzijde van de buitenzool geeft aan dat men gesupineerd is geland en gesupineerd heeft afgezet. Slijtage aan mn. de binnenzijde onder de voorvoet geeft aan dat men geoverproneerd heeft afgezet.
De stand van het bovenwerk.
Een nieuwe schoen behoort wanneer men deze van achter bekijkt recht te staan. Een denkbeeldige middenlijn van de schoen moet loodrecht op de onderlaag staan (figuur 2a). Bij langdurig gedragen schoenen kan deze denkbeeldige middenlijn naar binnen (figuur 2b) of naar buiten (figuur 2c) zijn verplaatst. Dit doet vermoeden dat de sporter respektievelijk geoverproneerd of gesupineerd heeft gelopen op deze schoenen. Het bovenwerk is over de tussenzool van de schoen gaan hangen.
De stand van de tussenzool.
De tussenzool is over de hele breedte dezelfde hoogte (figuur 3a). Na vele kilometers de schoenen gedragen te hebben wordt het dempende materiaal van de tussenzool zachter. Met als gevolg dat niet alleen de dempende waarde van de tussenzool afneemt maar vooral de stabiliteit. Hierdoor is dan ook zichtbaar dat de binnenzijde (figuur 3b) of de buitenzijde (figuur 3c) van de tussenzool lager is geworden. Dit is tevens een aanwijzing dat men geoverproneerd of gesupineerd met de schoenen hardgelopen heeft.

Samenvattend kunnen we concluderen dat de informatie die we uit oude schoenen kunnen halen grotendeels een indruk geven over de stabiliteit. Het beoordelen van voldoende schokdemping zal met name gerelateerd moeten worden aan het aantal kilometers dat men op een paar hardlopschoenen heeft gelopen. Na 1000 km. is gemiddeld nog 70% van de schokdemping over, als richtlijn wordt daarom 1500 tot 2000 km. als limiet aan gehouden voor de levensduur van een hardloopschoen. Niet alleen schokdemping maar tevens stabiliteit is hiervan afhankelijk. Deze twee hebben een belangrijke relatie omdat bij onvoldoende schokdemping tevens de stabiliteit beduidend minder is geworden. De vetersluiting geeft informatie over de pasvorm. Is de vetersluiting te veel aangetrokken dan is de schoen te breed geweest met als gevolg dat de schoen geen goede omsluiting heeft gegeven om de voeten. Een juiste pasvorm mn. in de breedte is van groot belang om de voet in de schoen te stabiliseren.Bij slijtage van de buitenzool is het zinvol de buitenzool geheel of gedeeltelijk te verzolen wanneer de schoenen nog niet 1500-2000 kilometer zijn gebruikt. Dit verzolen dient in de regel plaats te vinden bij een sportorthopedisch schoenmaker omdat deze over het vereiste materiaal beschikt om de sportschoen te verzolen.

Specifieke sportschoenkeuze.
Blessuregeschiedenis, gewichtsklasse, looppatroon, oude sportschoenen en voettype zijn belangrijke bronnen van informatie om een goed sportschoenadvies te geven.
Blessuregeschiedenis.
De blessuregeschiedenis geeft aan of er specifiek moet worden gekozen voor een schoen met de nadruk op stabiliteit of schokdemping. Wanneer iemand frequent de enkel verzwikt dan is het niet verstandig om voor een schoen te kiezen met een forse hakhoogte. Immers door deze hakhoogte is de kans op het verzwikken van de enkel erg groot. Wanneer er sprake is van een blessure door te weinig schokdemping dan moet er gekozen worden voor een schoen met een schokdempende tussenzool.Bij frequent verzwikken van de enkel wordt gekozen voor een stabiele schoen met vrijwel geen hakhoogte.Bij een blessure door overpronatie wordt een schoen geadviseerd met voldoende steun aan de binnenzijde.
Gewichtsklasse.
De gewichtsklasse van de sporter bepaalt de hardheid van de tussenzool. Deze hardheid is uitgedrukt in shore. De fabrikant geeft daarom in de regel aan voor welke gewichtsklasse de schoen geschikt is. Hoe zwaarder de persoon hoe harder de tussenzool. Hoe lichter de persoon hoe zachter de tussenzool. Looppatroon.
Het looppatroon geeft aan of de persoon meer steun aan de binnenzijde of buitenzijde van de schoen nodig heeft.
Oude sportschoenen.
Oude sportschoenen geven aan hoe iemand op deze schoenen heeft gesport. De stand en de slijtage van de schoen geeft relevante informatie. Wanneer de schoenen van achter bekeken worden geeft dit vaak aan of de sporter op deze sporschoenen naar binnen of naar buiten heeft gelopen. Dit wordt vaak bevestigd bij het beoordelen van de slijtage van de slijtzool. Bij de aankoop van de nieuwe sportschoenen moet hiermee rekening worden gehouden.

Voettypes.
In grote lijnen wordt aangegeven aan welke eisen hardloopschoenen bij de diversen voettypes moeten voldoen.Omdat het voettype van ieder persoon verschillend is, is het van belang om te weten wat voor voettype men heeft.

Normale voet. :
Er is een normaal gewelfde voet die zorgt draagt voor voldoende schokdemping en stabiliteit in zowel de voorvoet, middenvoet en achtervoet. (Fig. 1 en 2 )
Platvoet.
Hierbij is het hielbeen naar voren gekanteld en is de middenvoet doorgezakt. Dit voettype heeft geen specifieke ondersteuning nodig. (Fig. 3).
Knikvoet.
Bij dit voettype staat het hielbeen naar binnen gekan teld. Hier is niet alleen een goede omsluiting van het hielbeen noodzakelijk maar tevens een brede hielstand van de achterzijde van de schoen. In de meeste gevallen heeft de hardloopschoen aan de bin nenzijde meer steun nodig om het verder naar binnen kan telen van het hielbeen te voorkomen (antipronatie steun) (Fig. 4).

Knikplatvoet.
Het hielbeen staat naar voren en naar binnen gekanteld en de middenvoet is doorgezakt. Bij dit voettype moet een combinatie worden gezocht van een schoen met steun in de middenvoet en de achtervoet om zowel het naar binnen kantelen van de middenvoet als het hielbeen te verminderen. (Fig. 5).
Holvoet.
Hierbij heeft zowel het hielbeen als de middenvoet een steile stand waardoor de karakteristieke hoge wreef aanwezig is. Dit voettype heeft weinig schokdempende eigenschappen, hierdoor is het van groot belang dat de hardloopschoen vol doende schokdemping geeft. Om in dit geval tot een goede keuze te komen is het mn. van belang de hardheid van de tussen zool te relateren aan de gewichtsklasse van de sporter. (Fig. 6).
Spreidvoet.
De voorvoet is doorgezakt, hierdoor ontstaat een brede voor voet. De pasvorm is hierbij van groot belang, mn. om een slapende of tintelende voorvoet te vermijden. Het bovenmateriaal mag niet te strak om de voorvoet sluiten. Een voorvoet steun is in sommige gevallen noodzakelijk. (Fig.7).

Eigenschappen van een goede hardloopschoen.
Orthopedisch verantwoorde hardloopschoenen moeten voldoen aan een aantal eisen.
1. De hielkap.
De hielkap, of contrefort, is vervaardigd van een thermoplastisch materiaal dat tijdens de fabrikatie in de vorm van de hiel wordt geperst. Deze kap is noodzakelijk om het hielbeen te fixeren in de schoen.
2. Hielkap-steunband.
Deze rand, of hielstabilisator, verstevigt de basis van de hielkap op tussenzool.
3. Flare-stand.
De falre-stand is de schuin aflopende tussenzool. Dit verstevigt de hielkap en steunrand en waarborgt een extra fixatie van het hielbeen in de schoen.
4. Tussenzool.
Bij het landen, tijdens hardlopen, ontstaat een kracht op de voet-knie-heup-rug van 3 maal het lichaamsgewicht. De tussenzool moet deze schok opvangen. De tussenzool bestaat in de regel uit E.V.A. (Ethyl-Vinyl-Acetaat), P.U. (Poly-Urethaan) of een combinatie van deze materialen. De hardheid van deze tussenzool is daarom ook gerelateerd aan hetgewicht van de persoon. Iemand van 6o kg. heeft een andere schoen nodig om de schok op te vangen dan een persoon van 80 kg. De fabrikanten van de hardloopschoenen geven bij de produktinformatie aan voor welke gewichtklasse de schoenen geschikt zijn.
5. Buigingszone.
De buigingszone zorgt ervoor dat de schoen op die plaats waar de voet van nature buigt, dit is ter hoogte van de bal van de grote teen.
6. Teensprong.
De voorzijde van de zool loopt schuin omhoog om de afwikkeling te vermakkelijken.
7 De pasvorm.
De hielkap heeft afhankelijk van de fabrikant verschillende breedtes. Het is noodzakelijk om er voor te zorgen dat de hiel maximaal gefixeerd wordt door de hielkap. Daarom is het van belang dat de breedte van de hiel van de betreffende hardloper overeenkomt met de breedte van de hielkap. Deze kap moet bol, hoog en lang zijn (zie figuur II en III) om de hiel te steunen tijdens de afwikkeling. In het meest bolle gedeelte van de hielkap mag deze kap niet indrukbaar zijn (zie figuur II). Deze test geeft een redelijk betrouwbare indruk over de kwaliteit van dehielkap. Wanneer men in de schoen staat, met de veters los, mag er tussen de zijkanten van de hielkap en de hiel geen ruimte zijn voor een vinger (zie figuur III). Op deze manier kan men ervan uitgaan dat de hiel door de hielkap wordt vastgehouden.
De voorvoet moet dusdanig in de schoen passen dat het materiaal van de schoen exact om de voorvoet sluit .Hierdoor wordt voorkomen dat de voorvoet in de schoen kan glijden. De kans op blaren is hiermee zo klein mogelijk. De twee vetersluitingen dienen vrijwel evenwijdig aan elkaar te lopen. De schoenen zijn te breed als de veters fors moet worden aangetrokken. De schoenen zijn te smal bij veel tussenruimte waarachter de tong van de schoen zichtbaar is.
De pasvorm in de lengte is heel persoonlijk, een 1/2 cm. ruimte tussen het einde van de schoen en de langste teen is echter een goed uitgangspunt. Het is essentieel dat de schoen wordt gepast aan het einde van dag omdat dan de voet dezelfde lengte en breedte heeft als tijdens het hardlopen.

Conclusie.
Het is altijd essentieel om een goed sportschoenadvies te krijgen, waarbij gekeken wordt naar blessuregeschiedenis, gewichtsklasse, looppatroon, oude schoenen en voettype. Als een hardloper blessures heeft, wordt de verkeerde sportschoen nogal snel aangewezen als de oorzaak, maar de trainingsopbouw wordt vaak over het hoofd gezien, toch speelt deze een belangrijke rol bij het oplopen van hardloopblessures.

Aandachtspunten.
Aandachtspunten bij de aanschaf van nieuwe hardloopschoenen :
Demping.
Bedenk eerst wat voor soort demping u wenst en vooral nodig hebt.
De kwaliteit van demping heeft een prijskaartje. Goedkope schoenen kunnen verrassend comfortabel aanvoelen, maar de vraag is gerechtvaardigd hoe lang dat gevoel standhoudt.
Een zachte schoen voelt prettig in de winkel, daarna voldoet dit meestal niet. Tenzij u licht genoeg bent, of de schoen stabiel of reactief genoeg is.
Een schoen met veel demping biedt meestal wat wordt beloofd. Maar de wijze van plaatsing van dempingselementen kan de schoen weleens heel andere karakteristieken geven.
Uw gewicht heeft invloed op de demping, en dus zijn lopers op zoek naar een mix van aangename demping en voldoende stugheid van de tussenzool.
Demping en stabiliteit hoeven elkaar niet uit te sluiten. De beste modellen op dit gebied zijn doorgaans ook de duurste.
Pasvorm.
Een goede pasvorm ontneemt het zicht op zaken als stabiliteit, afwikkeling, prijs, geschiktheid en zelfs gewicht. Dus voorafgaand aan het passen moet bekend zijn hoe u loopt en wat voor type schoen u nodig hebt. Zo voorkomt u het passen van een schoen met een perfecte pasvorm, maar een technisch verkeerd onderstel.
Bij het passen is het ook zaak voldoende tijd te nemen en zeker verschillende merken en prijsklassen te proberen.
Lopen in een schoen met een matige pasvorm kan nooit worden gecorrigeerd door de aanwezige technische snufjes.
Bedenk dat er merken zijn, die ook breedtematen bieden .
Een zwaarder model kan door de goede pasvorm lichter aanvoelen.
Prijs.
Stap daarom met een begrensd budget de winkel binnen en begin niet eerst de duurdere modellen te passen.
Boven 120 euro worden de verschillen tussen de toegevoegde kwaliteiten kleiner.
Stabiliteit.
Neutrale lopers moeten oppassen geen antipronatieschoenen te kopen.
Een deskundige verkoper is absoluut noodzakelijk voor het geven van een goed advies. Daarbij hoort ook een onderzoek, waaruit de voetkarakteristieken rollen.
Iets te veel stabiliteit kan geen kwaad. Hebt u stijve voeten, dan dienen deze echter niet door de schoenen te worden beperkt in de benodigde bewegingsvrijheid.




Laatste wijziging:01-01-2000 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic