|
Schouder Impingement syndroom.(Bang)
Primair impingement.
Een van de belangrijkste oorzaken van schouderpijn is inklemming van de structuren tussen het schouderdak ( = acromion 3) en de schouderkop (= caput humerii 4). Opeenvolgende kleine beschadigingen van de structuren in de ruimte onder het schouderdak (= subacromiale ruimte 5 ) door overbelasting wordt benoemd als een primair impingement. Waarbij degeneratieve veranderingen van de spieraanhechtingen rond de schouderkop ( = rotator cuff, gevormd door de supraspinatus 6 , de infraspinatus 8 en de subscapularis (7) en vormverschillen van de acromion gezien worden als factoren die de kwetsbaarheid van dit gebied verhogen.
| 1 |
schouderkom, schouderkop verwijderd. |
5 |
subacromiale ruimte |
| 2 |
coracoid |
6 |
supraspinatus |
| 3 |
acronion |
7 |
subscapularis |
| 4 |
caput humerii |
8 9 |
infraspinatus teres minor |
Secondair impingement
Instabiliteit of hypermobiliteit van het schoudergewricht wordt gezien als de oorzaak van het secondair impingement. Een dergelijke instabiliteit gecombineerd met onvoldoende bescherming van de spieren rond schoudergewricht en schouderblad resulteert in een excessieve verplaatsing van de schouderkop naar voren en naar boven. Deze verplaatsing veroorzaakt de inklemming van structuren tussen de schouderkop en het schouderdak bij bewegingen van de arm opzij of omhoog.
orward head carriage
De oefentherapie richt zich op verbetering van de mobiliteit van de schouder en functieverbetering van de spieren rond het schoudergewricht en het schouderblad . Aangetoond is dat oefentherapie onder supervisie van een fysiotherapeut even effectief is als een operatieve ingreep bij een primair impingement (3). De bewegingsvrijheid van de schouder en het functioneren van de arm is echter niet alleen afhankelijk van het schoudergewicht en schouderblad. De mobiliteit en stabiliteit van de gehele bewegingsketen - nek, rug, ribben, sleutelbeen en borstbeen is van belang. Aandacht voor de functie van de gehele bewegingsketen met manuele therapie in combinatie met oefentherapie is dan ook gebleken effectiever te zijn dan oefentherapie alleen bij patiënten met het schouder impingement syndroom. (1)
Electromyografisch ( EMG) spieronderzoek
Er is veel electromyografisch ( EMG) onderzoek gedaan om de beste oefening voor een bepaalde spier te bepalen. Deze studies verschillen in hun uitkomsten door factoren als het gebruikte materiaal, de manier van aanspannen van de spier, de gekozen uitgangshouding en de gekozen bewegingsuitslag. Bij het samenstellen van een oefenprogramma voor een patiënt moet men naast beperkingen door pijn of een beperkte bewegingsuitslag ook hiermee rekening houden.
Alhoewel de wetenschappelijk basis nog ontbreekt worden de specifieke spieren in een bepaalde volgorde getraind. Eerst worden de spieren getraind die het schouderblad en de schouderkop stabiliseren en vervolgens de grote spieren rondom. Lichte gewichten en veel herhalingen worden toegepast om het spieruithoudingsvermogen van kleine, diepe stabiliserende spieren te verbeteren.
Therapie
Referenties:
(1) Bang MD & Deyle GD. Comparison of Supervised Exercise With and Without Physical Therapy for Patients With Shoulder Impingement Syndrome.. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy. Volume 30, Number 3. March 2000. 35-39
(2) Blackburn TA, McLeod WD, White B, Wofford L. EMG analysis of posterior rotator cuff exercises. Athletic Train 25: 40-45; 1990.
(3) Brox, JI., Staff, PH., Ljunggren, AE. & Brevik, JI.: Arthroscopic surgery compared with supervised exercises in patients with rotator cuff disease (stage II impingement syndrome) BMJ 1993 Nov 13;307 (6914):1269.
(4) Decker MJ, Hintermeister RA, Faber KJ, Hawkins RJ. Serratus Anterior Muscle Activity During Selected Rehabilitation Exercises. Am J Sports Med 1999;27:784-791.
(5) Hintermeister RA, Lange GW, Schultheis JM, Bey MJ, Hawkins RJ. 1998. Electromyographic activity and applied load during shoulder rehabilitation exercises using elastic resistance. Am J Sports Med. 26(2):210-220.
(6) Horrigan JM, Shellock FG, Mink JH, Deutsch AL. Magnetic resonance imaging evaluation of muscle usage associated with three exercises for rotator cuff rehabilitation. Med & Sci in Sports & Exer 1999;31(10):1361-66.
(7) Jobe. EMG Analysis of the scapular and glenohumeral muscles. Am J Sports Med. 1992. 2,2. And 1991.19,3.
(8) Moseley JB Jr., Jobe FW, Pink M, et al. EMG analysis of the scapular muscles during a shoulder rehabilitation program. Am J Sports Med. 128:20; 1992.
(9) Townsend H. Jobe FW, Pink M, Perry J. Electromyographic analysis of the glenohumeral muscles during a baseball rehabilitation program. Am J Sports Med. 19: 264; 1991.
Laatste wijziging:01-03-2012 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
|