|
Fasciitis plantaris (Fasciosis plantaris) en Hielspoor.
Het ontstaansmechanisme van fasciitis plantaris.
Fasciitis plantaris betekent een ontsteking (itis) van de peesplaat (fascia) onder de voet (plantaris). De fascia plantaris houdt de voetboog in stand (tekening)
De fascia loopt als een kabel van het hakbeen naar de tenen (metatarsophalangeaal).
Tijdens de afzetfase (propulsive phase) wordt de fascia aangetrokken over de kopjes van de middenvoetsbeentjes gelijk een kabel over een een katrol ( "windlass nechanism principle)". Een peesplaatontsteking wordt meestal veroorzaakt door een te grote trekkracht aan de aanhechting van de peesplaat onder de voet. Meestal zien we echter geen onstekingsbeeld maar een degeneratief beeld dat we Fasciosis Plantaris noemen; dit beeld ontstaat na een aantal weken als de ontsteking een chronisch beloop krijgt.
| Typische klachten bij Chronische Fasciosis Plantaris |
|
- Pijn op de pijnplek hiernaast bij belasting
- Pijn voor langere tijd (maanden, soms jaren)
- Borende pijn speciaal bij de eerste stappen
- Lopen op blote voeten, traplopen en staan op de tenen roept de klachten op
- Pijn toename tijdens activiteiten in de loop van de dag
|
 |
|
 |
De voet verzorgt belangrijke functies: gaan, aanpassing ongelijke ondergrond, schokabsorptie en ondersteuning lichaamsgewicht. De Xfoto's laten de verlenging van de fascia (1:1.09) door de naar binnenkanteling van de voet (pronatie) tijdens de overgang van "heelcontact" naar "weightacceptance" zien. Bij de supinatie ( naar buiten kanteling) tijdens de overgang van "midstance" naar "prolpulsion" verkort de fascia.
| heel contact, weight acceptance, midstance, push-off and propulsion, and toe-off.(Donatelli) |
 |
 |
 |
| Contact |
Midstance |
Propulsion |
|
 |
Te veel of te weinig beweging op het verkeerde moment tijdens de verschillende fasen van het gaan kunnen leiden tot een stoornis in de voetfunctie. Door deze stoornis in de voetfunctie treedt een overmatige tractie op de fascia tijdens pronatie en supinatie op. Dit kan leiden tot weefselbeschadiging van de fascia. Hierdoor ontstaat pijn in de fascia zelf of aan de aanhechting van de fascia op het hakbeen (calcaneus). Hoge spanning op de fascia kan het botvlies (periost) lostrekken. Botgroei om dit te herstellen kan soms leiden tot de vorming van een hielspoor, een bottig uitgroeisel aan het hakbeen. Onderzoekers menen dat pijn niet ontstaat door het bestaan van de hielspoor maar door de overmatige tractie op de fascia. De pijn kan soms (32%) worden geprovoceerd door de "windlass test" (Brown): in een staande positie krachtig op de tenen gaan staan. |
 |
Overpronatie
Overpronatie kan ontstaan bij een meer flexibele voet met een lagere voetboog (pes planum). Factoren die bijdragen zijn spierzwakte, verkorting achillespees/kuitspieren en varus/valgus van het onderste spronggewricht.
Niet alleen zwakte van de voetspieren kan overpronatie geven maar de spierfunctie van het gehele been is hierbij belangrijk.
Therapie aanbevelingen (2)
Geen bewijs ondersteunt een bepaalde therapie voor fasciitis plantaris, en de meeste patienten herstellen zonder specifieke therapie. Orthose en rekoefeningen, in het bijzonder die zich richten op de voetpeesplaat (zie oefening nr. 0), kunnen zinvol zijn en moeten als eerste worden toegepast in de therapie. Extracorporale shock wave therapy kan effectief zijn bij lopers met chronische hielpijn maar is niet effectief bij andere patienten. Tapen en strapping is ook niet effectief. Beperkt bewijs ondersteunt het gebruik van corticosteroid injecties.
Therapie
- spierversterking van o.a. de m. tibialis posterior, voetflexoren ( m. flexor digitorum longus, m. flexor hallucis longus en de m. gastrocnemius) en de m. peroneus longus [oef. 4,5,6,7]en ook van de spieren rond heup en knie. [oef. 8,9,10,11]
- verbetering spierflexibiliteit door rekoefeningen (onbelast -> belast, contract-hold-relax)[oef. 1,2,3]
- orthose (ondersteuning voetboog aan de binnenzijde) bij varus/valgus van het onderste spronggewricht.
- goed schoeisel om de stabiliteit van de voet te verbeteren. Motion-control of stability schoenen. De keuze tussen een motion-control en een stability schoen wordt in het algemmen bepaald door de gewenste mate van controle van de pronatie in combinatie met het gewicht van de persoon.
|
 |
Onderpronatie
Onderpronatie kan ontstaan bij een stijve voet met een hoge voetboog (pes cavus). Fasciitis ontstaat doordat deze voet minder krachten kan opvangen. factoren die bijdragen zijn gewrichtsstijfheid, vermindering flexibiliteit fascia en spierverkorting
Therapie.
- verbetering gewrichtsmobiliteit. Vooral de mobiliteit van de grote teen en het onderste spronggewricht
- verbetering spierflexibiliteit. M. gastrocnemius, m. soleus en achillespees.
- nachtspalk om de fascialengte in de nacht tee onderhouden.
- tapen om de fascia in de ochtenduren te ondersteunen.
- schoeisel of inlegzolen om de schokabsoptie te verbeteren.
|
 |
Oefeningen bij fasciitis plantaris
Referenties:
1) Brown C. A review of subcalcaneal heel pain and plantar fasciitis. Aust Fam Physician. 1996;25:875-885.
Donatelli, RA. Abnormal biomechanics. In: Donatelli RA. , editor. Biomechanics of the Foot and Ankle. 2nd ed. Philadelphia, PA: FA Davis; 1996. pp. 34-72.
2) Cole C, Seto C, Gazewood J., Plantar fasciitis: evidence-based review of diagnosis and therapy., Am Fam Physician. 2005 Dec 1;72(11):2237-42.
3) Chronische Fasciosis Plantaris, Fysiopraxis jaargamg 18, nummer 2, februari 2009
4) DiGiovanni BF, Nawoczenski DA, Lintal ME, et al. Tissue-specific plantar fascia-stretching exercise enhances outcomes in patients with chronic heel pain. A prospective randomized study. J Bone Joint Surg 2003; 85A:1270-7.
Laatste wijziging:16-02-2012 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
|