|
Fysiotherapie Nieuws
|
Patiënt gaat met bekende klacht direct naar de fysiotherapeut |
 1 juli 2008 |
|
Met klachten die mensen al eerder hebben gehad, gaan ze direct naar de fysiotherapeut. Bij klachten die ze minder goed kunnen beoordelen, kiezen veel mensen voor de brede blik van de huisarts, zo blijkt uit een publicatie van onderzoekers van het NIVEL in het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie.
Een groot deel van de mensen waardeert en gebruikt de keuzevrijheid om direct naar de fysiotherapeut te gaan zonder eerst de huisarts te raadplegen. Tegelijk is er ook een grote groep mensen die liever eerst een diagnose krijgt van de huisarts. De belangrijkste redenen om zonder tussenkomst van de huisarts naar de fysiotherapeut te gaan, zijn bekendheid met de klacht of een eerdere goede ervaring met de fysiotherapeut. De meest genoemde redenen om eerst de huisarts te raadplegen zijn, dat mensen het prettig vinden als hun huisarts eerst goed naar hun klachten kijkt en het feit dat de huisarts een goed overzicht heeft van al hun klachten.
Keuzevrijheid
Sinds januari 2006 is het mogelijk direct naar de fysiotherapeut te gaan, zonder tussenkomst van de huisarts. Een maatregel die niet alleen de werkdruk van de huisarts moest verlichten, maar ook de keuzevrijheid van patiënten vergroot. Uit eerder onderzoek is bekend dat vooral jonge, hoogopgeleide patiënten direct naar de fysiotherapeut gaan. Verder speelt de aard van de klacht hierbij een grote rol. Bij ieder gezondheidsprobleem overwegen mensen opnieuw of ze direct naar de fysiotherapeut zullen gaan.
|
|
 |
|
|
|
Fysiotherapie na een beroerte effectief |
 3 juni 2007 |
|
Langere, taakgerichte, functionele oefentherapie is effectief is voor het verbeteren van activiteiten van het dagelijks leven bij patiënten met een beroerte of cerebrovasculair accident (CVA).
Dat concludeert Roland van Peppen in zijn proefschrift. Verder laat hij zien dat specifiek trainen van balans door middel van visuele feedback training wel tot een verbetering van functies leidt (verminderde ‘postural sway’), maar zich niet laat vertalen naar verbeterde loopvaardigheid. Gebaseerd op deze review-activiteiten is de Fysiotherapie Richtlijn Beroerte tot stand gekomen, de Clinical Practice Guideline for Physiotherapy management of patients with Stroke, waarin 72 aanbevelingen voor de praktijk worden beschreven.
Het meetinstrumentendeel van deze richtlijn is geïmplementeerd bij een groep fysiotherapeuten in de CVA-zorg. Uit een survey wordt duidelijk dat het gebruik van meetinstrumenten door deze fysiotherapeuten nog onvoldoende is. In een pilotstudy wordt het nieuw ontwikkelende Physiotherapy Educational Programme Clinimetrics in Stroke (PEPCiS) aan fysiotherapeuten aangeboden, dat resulteert in een toename van het gebruik meetinstrumenten |
|
 |
|
|
|
Fysiotherapiebezoek laatste jaren stabiel |
 23 mei 2008 |
|
Beperkte vergoeding leidde tot minder behandelingen in de fysiotherapiepraktijk. Vrije toegang en vrije tarieven leiden niet tot een stijging.
Beperkt tot bepaalde aandoeningen
De vergoeding voor fysiotherapie werd in 2004 beperkt tot bepaalde aandoeningen, waardoor het totale aantal patiënten en behandelingen bij de fysiotherapeut afnam. De daaropvolgende jaren heeft deze daling zich niet voortgezet, zo blijkt uit onderzoek van het NIVEL binnen de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ). Het vrijgeven van de tarieven in 2005 en de invoering van de directe toegang tot de fysiotherapie een jaar later, waardoor patiënten zonder verwijzing van de huisarts naar de fysiotherapeut kunnen, leidde in 2006 en 2007 niet tot een toename in het aantal behandelingen. Wel vonden de onderzoekers grote verschillen tussen praktijken. Om de redenen te achterhalen van de verschillen tussen praktijken, moeten we nog verder onderzoek doen.”
|
|
 |
|
|
|
Haptotherapie wordt vergoed door zorgverzekeraar |
april 2008 |
|
Haptotherapie–behandelingen binnen het MTC zullen vanaf eind april door de meeste zorgverzekeraars worden vergoed.
Belangrijk voor u om van te voren te weten is: of en op welke voorwaarden de vergoeding door uw zorgverzekeraar geregeld is. In overleg met u kan dan het behandelplan worden opgesteld.
Hier vindt u informatie voor wie en voor welke klachten haptotherapie van toepassing is.
Voor meer inlichtingen: Carla Vreeman, haptotherapeute. |
 Carla Vreeman |
|
|
|
|
Fysiotherapie voorafgaand aan hartoperatie succesvol |
19 maart 2007 |
|
Twee weken fysiotherapie voor een hartoperatie vermindert de kans op postoperatieve complicaties met tenminste 50 %. ZonMw heeft een wetenschappelijke studie van het UMC Utrecht van Erik Hulzebos gesubsidieerd. Hieruit blijkt dat het voor de operatie trainen van ademhalingsspieren bij hoogrisico patiënten complicaties en de ligduur na de hartoperatie met minstens 50% verminderen.
In 2007 is in de Isalaklinieken een implementatiepilot door thoraxchirurgen en fysiotherapeute I. Weuring uitgezet onder vergelijkbare patiënten. De uitkomsten, maar liefst 70% minder longcomplicaties en vermindering van de ligduur op de intensive care, waren aanleiding om de samenwerking tussen de afdelingen thoraxchirurgie en de fysiotherapie te formaliseren. De succesvolle preoperatieve fysiotherapie bestaat uit minimaal twee weken training van de ademspieren, ademhalingsoefeningen en hoestinstructies, die dagelijks moeten worden uitgevoerd. Het zijn relatief simpele oefeningen die de hoogrisico patiënt ook thuis kan doen. |
|
 |
|
|
|
’Doe fysiotherapie terug in basispakket’ |
 30 januari 2008 |
|
De regering zou fysiotherapie moeten terugbrengen naar het basisverzekeringspakket. Alle Nederlanders, met name ouderen, zouden dan zonder problemen gebruik kunnen maken van de fysiotherapeut. Dat zegt de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF). De NPCF reageert op berichten op AD Geld & Recht dat veel ouderen in problemen dreigen te komen omdat hun verzekeringspolis te weinig dekking biedt voor fysiotherapie. Veel verzekeraars zouden in de nieuwe polis voor de aanvullende verzekeringen voor 2008 hebben bezuinigd op de vergoedingen voor fysiotherapie. Veel ouderen zouden gewoon hun polis hebben verlengd zonder dat ze in de gaten hadden dat de voorwaarden voor vergoeding waren veranderd.
Verzekeraars bepalen zelf welke voorzieningen ze in hun aanvullende verzekering aanbieden. Verzekerden moeten daar apart voor bepalen. De prijs varieert per pakket. De basisverzekering, voor medisch noodzakelijke zorg, is bij alle verzekeraars hetzelfde.
De regering heeft de fysiotherapie enkele jaren geleden overgeheveld van het basispakket naar de aanvullende verzekering.
|
 |
 |
|
|
|
Fysiotherapie in de De Telegraaf |
 13 december 2007 |
|
In de Telegraaf stond een zeer positief artikel over fysiotherapie. In nauwe samenwerking met het KNGF heeft De Telegraaf diverse mensen uit de fysiotherapie aan het woord gelaten over de positieve werking van fysiotherapie bij bot- en gewrichtsklachten. De kop: 'Fysiotherapie houdt mensen op de been' dekt de lading van een belangrijk deel uit de Lange Termijn Visie van het KNGF volledig. Lees hier het volledige artikel. |
|
 |
|
|
|
Kritiek op speciale polissen zorgverzekeraars |
 30 november 2007 |
|
Grote zorgverzekeraars als Agis en Univé bedreigen het voortbestaan van het huidige zorgstelsel met hun nieuwe gespecialiseerde en collectieve ziektekostenpolissen. Deze kritiek levert voorzitter Hans Feenstra van de Vereniging Regionale Zorgverzekeraars in een aantal regionale kranten.
Feenstra: "Het wordt tijd dat zorgverzekeraars meer werk gaan maken van het verbeteren van kwaliteit in de zorg en gaan investeren in innovatie, zoals de minister ook wenst, in plaats van langs een omweg alleen maar gunstige risico's binnen te halen."
Feenstra heeft vooral geen goed woord over de goedkope 'zekur-polis' van Univé, die vooral bedoeld voor jonge en gezonde mensen. "Univé zet de bijl aan de wortel van onze gezondheidszorg, die gebaseerd is op solidariteit tussen jong en oud, tussen gezond en ziek. Die ziekenhuizen doen mee met Univé, omdat ze meer geld overhouden aan het standaardbedrag voor een snelle behandeling van een jongere dan aan de trage herstelperiode van een oude kwakkelaar met suikerziekte", aldus Feenstra.
Hij vindt dat de politiek de kwestie onderschat. "Gezond en ongezond Nederland behoren even gemakkelijk toegang te hebben tot zorg. Nu dreigt een tweedeling. Uiteindelijk leidt dat tot een verschraling van de zorg en een achteruitgang in kwaliteit." Feenstra vindt verder dat Agis de mensen 'zorgmoe' maakt door producten aan te bieden via grote loterijen.
|
|
 |
|
|
|
Artrose: blijf oefenen! |
 15 oktober 2007 |
|
Mensen met artrose hebben baat bij oefentherapie, maar ze moeten wel blijven oefenen. Terugkomsessies bij de fysiotherapeut kunnen daarbij helpen. Fysiotherapeuten van het NIVEL publiceren hun bevindingen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Arthritis Care & Research.
Minder pijn en beperkingen
Oefentherapie is effectief bij mensen met artrose aan de knie of heup. Nadat de behandeling is gestopt, hebben ze minder pijn en minder beperkingen bij activiteiten als lopen of fietsen. Een half jaar later zijn deze effecten echter weer verdwenen, al vinden de patiënten zelf dat ze er baat bij hebben gehad. Bij patiënten die terugkomsessies bij de fysiotherapeut hadden gekregen, had de behandeling na een half jaar nog steeds effect. In terugkomsessies wordt de patiënten gestimuleert hun oefeningen te blijven doen, waardoor het effect van de oefentherapie behouden kan blijven. Onderzoeken waarin oefentherapie in combinatie met terugkomsessies werd onderzocht tonen een relatief hoge therapietrouw op de lange termijn (50-75%).
Functioneel
Het is heel belangrijk dat artrosepatiënten blijven oefenen. Dit wordt makkelijker voor patiënten door de oefeningen zo functioneel en taakgericht mogelijk te maken. Door bijvoorbeeld in terugkomsessies patiënten te adviseren en stimuleren om iedere dag te gaan lopen in plaats van met de bus te gaan. Het is nu eenmaal makkelijker om iets te doen wat je normaal ook doet, dan om tijd vrij te maken voor oefeningen.
Bron: Pisters, M.F.; Veenhof, C.; Meeteren, N.L.U. van; Ostelo, R. W.; Bakker, D.H. de; Schellevis, F.G.; Dekker, J., Long-term effectiveness of exercise therapy in patients with osteoarthritis of hip or knee: a systematic review. |
|
 |
|
|
|
Echo bij fysiotherapeut: doeltreffend en snel |
 6 september 2007 |
|
Nu steeds meer patiënten rechtstreeks naar de fysiotherapeut gaan - een verwijsbrief van de huisarts is immers niet meer nodig - moet de fysiotherapeut steeds vaker zelf een diagnose stellen. De screening van patiënten bij binnenkomst wordt daarom steeds belangrijker. Het het diagnostisch instrumentarium van de fysiotherapeut kan worden uitgebreid met een echo- apparaat. een unicum in de fysiotherapie in West-Brabant. Echografie wordt gebruikt bij het beoordelen van aandoeningen aan de schouder, elleboog, pols en hand, heup, knie, enkel en achillespees. Ook spierscheuringen zijn te beoordelen.
Echografie maakt gebruik van hoogfrequente geluidsgolven. Ze worden het lichaam ingestuurd en door de organen teruggekaatst. Het teruggekaatste geluid wordt door een computer omgezet in een elektronisch signaal, waardoor het grafisch weer te geven is op een monitor. Zo kan de fysiotherapeut afwijkingen ontdekken, zoals peesontstekingen, beschadigd kraakbeen of afgescheurde banden.
Niet iedere fysiotherapeut kan zomaar met de echografische technieken aan de slag. De cursus musculoskeletal ultrasound met een succesvol afgesloten examen is vereist. Belangrijk is de kennis van de protocollen, die zorgen voor een gestandaardiseerde benadering van alle gewrichten.
De inzet van het echoapparaat in de fysiotherapie verschilt van het gebruik in bijvoorbeeld een ziekenhuis. In een ziekenhuis gaat de patiënt met een briefje van de huisarts of de specialist naar de echografieafdeling. Een technisch prima onderlegd echografist verricht een plaats- en klachtgebonden onderzoek en rapporteert zijn bevindingen aan de arts. De fysiotherapeut is echografist en behandelaar tegelijk. Hij voert een functieonderzoek uit en combineert de bevindingen. Indien gewnst dan brengt hij bewegingen van gewrichten en spieren of pezen in beeld en ook kan hij ervoor kiezen te spiegelen: ziet het er rechts net zo uit als links of is sprake van opmerkelijke verschillen?
Er zijn meer voordelen: een echografie is ongevaarlijk en kan eindeloos worden herhaald. Het is een snelle manier om de aard en de aanleiding van de klacht exact in beeld te brengen, waarna de behandeling meteen kan worden ingezet.
Voor meer informatie deze pagina. Mans de Kogel en Han Raadsheer van het MTC Huizen hebben de cursus musculoskeletal ultrasound gevolgd en passen de echografie toe sinds eind 2005. |
 |
 |
|
|
|
Klink laat prijzen fysiotherapie los |
 24 augustus 2007 |
|
Minister Ab Klink (Volksgezondheid) wil de prijzen voor fysiotherapie volgend jaar definitief loslaten. Momenteel is vrije prijsvorming ook al mogelijk, maar dat gebeurt op basis van een experiment. Dat heeft de minister deze week aan de Tweede Kamer geschreven.
Volgens de minister blijkt uit het experiment dat de prijzen voor fysiotherapie nagenoeg niet gestegen zijn. De Nederlandse Zorgautoriteit zal het toezicht op de marktontwikkelingen houden. Volgens de minister houdt hij ook de mogelijkheid in te grijpen als de markt voor fysiotherapie zich zo ontwikkelt dat het publieke belang in het geding is. Dan kan hij een maximumprijs invoeren. |
|
 |
|
|
|
Digitaal contracteren via VECOZO |
 06 augustus 2007 |
|
Vanaf 1 oktober 2007 is het voor fysiotherapeuten mogelijk digitaal contracten af te sluiten met een aantal zorgverzekeraars. Deze efficiëntieslag zal naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan de vermindering van uw administratieve lasten. Vorige week hebben vrijwel alle fysiotherapiepraktijken een brief van VECOZO ontvangen met een overeenkomst en machtiging om het digitaal contracteren te realiseren. Als u vanaf 1 oktober mee wilt doen, moet u beide documenten invullen en sturen naar VECOZO. VECOZO zorgt er dan voor dat u zo snel mogelijk wordt geautoriseerd om met uw certificaat digitaal te kunnen contracteren.
|
|
 |
|
|
Meer ouderen naar specialist en fysiotherapeut
Mensen tussen 50 en 80 jaar consulteren vaker de specialist of de fysiotherapeut dan tien jaar geleden. Op de huisarts doen zij iets minder een beroep. Oudere vrouwen raadplegen vaker een medicus of fysiotherapeut dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.
Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag heeft gepubliceerd. In 2006 wendde 54 procent van de 50- tot 80-jarigen zich ten minste één keer tot een specialist. In 1997 was dat nog 50 procent. De toename is vooral bij oudere vrouwen te zien. Van hen raadpleegde 57 procent een specialist, 7 procentpunt meer dan in 1997. Het gemiddeld aantal contacten van ouderen met een specialist nam toe van 2,4 in 1997 tot 2,8 vorig jaar. Bijna een kwart van de 50- tot 80-jarigen in Nederland bezocht vorig jaar ten minste eenmaal de fysiotherapeut. In 1997 was dat nog iets meer dan een vijfde. Ook hier is de interesse bij vrouwen groter dan bij mannen. Ook het aantal contacten met de fysiotherapeut nam toe. Vooral bij oudere mannen steeg het fors, van gemiddeld 2,6 bezoeken naar 3,4 in 2006. Vier van de vijf mensen tussen 50 en 80 jaar gingen in 2006 zeker één keer naar de huisarts. Tien jaar geleden was dat nog 87 procent. Vooral oudere vrouwen wendden zich minder tot de huisarts, al blijven zij die vaker raadplegen dan hun mannelijke leeftijdsgenoten.
11 juli 2007
Ziekenhuizen vinden behandeling fibromyalgie
Fibromyalgie, ook wel bekend als wekedelenreuma, is succesvol te behandelen met een combinatie van fysiotherapie en cognitieve gedragstherapie. Patiënten ervaren na zestien sessies minder pijn en minder beperkingen. Sommigen zeggen zelfs genezen te zijn.
Dat blijkt uit een onderzoek van de Sint Maartenskliniek en het Universitair Medisch Centrum St Radboud (UMC) in Nijmegen. Fibromyalgie is vooral onder vrouwen een veel voorkomende aandoening, waarvoor echter tot nu toe geen aanwijsbare oorzaak kan worden gevonden. Patiënten hebben pijn in de weke delen rondom gewrichten, maar bloed- of röntgenonderzoek tonen geen afwijkingen aan. Tot nu toe was de enige behandeling voor fibromyalgie oefeningen doen en medicijnen slikken, maar geen enkel medicijn had blijvend resultaat, volgens de onderzoekers. Veel patiënten kregen dan ook uiteindelijk te horen dat de pijn tussen hun oren zat en dat ze er maar mee moesten leren leven. De onderzoeker benadrukt dat fibromyalgie geen hersenspinsel is. ,,Ook al is er geen oorzaak: de pijn die de patiënt voelt is altijd een belemmering. De gedragstherapie zorgt er voor dat mensen weer vertrouwen in hun lichaam krijgen en dat ze leren omgaan met stress. Regel één is dat we in de groep niet praten over pijn. Want dat ze pijn hebben, weet iedereen nu wel. Nu moeten ze uit de neerwaartse spiraal weer naar boven. Bij fysiotherapie leren ze dat ze best kunnen bewegen''.
14 juli 2007
Markt voor fysiotherapie klaar voor vrije prijzen
Voor de vrijgevestigde fysiotherapeuten is op 1 februari 2005 een experiment gestart met prije prijzen. Na drie jaar experimenteren is de tijd volgens de analyse van de NZa rijp om per 1 januari 2008 definitief over te gaan naar vrije prijzen. De ontwikkelingen die voorgaande jaren als onvoldoende werden bestempeld zijn nu positief zoals de gunstige prijsontwikkeling en de transparantie op het gebied van prijs. Het percentage fysiotherapeuten dat is gecontracteerd door een verzekeraar is licht gestegen, waardoor de toegankelijkheid geborgd is. De monitor laat zien dat ook de publieke belangen kwaliteit en betaalbaarheid voldoende geborgd worden.
26 juni 2007
Kinderfysiotherapie vermindert scheve babyhoofdjes
Kinderfysiotherapie bij baby's vermindert de kans op scheefhoofdigheid. Dat blijkt uit het promotieonderzoek dat kinderfysiotherapeut Leo van Vlimmeren uitvoerde aan het UMC Utrecht. Hij volgde 400 baby's vanaf de geboorte tot de leeftijd van een jaar. Op de leeftijd van zeven weken hadden 65 baby's een voorkeurshouding, met daardoor een grotere kans op een scheef hoofd. De helft van deze baby's kreeg kinderfysiotherapie en had op de leeftijd van zes en twaalf maanden een minder scheef hoofd dan de niet-behandelde baby's. Van Vlimmeren promoveert op 24 april aan de Universiteit Utrecht.
19 april 2007
 Beroep fysiotherapeuten tegen NMa gegrond verklaard
De rechtbank in Rotterdam heeft het beroep van individuele fysiotherapeuten gegrond verklaard. De fysiotherapeuten vinden dat zorgverzekeraars hun machtspositie misbruiken. De NMa oordeelde dat individuele fysiotherapeuten niet afzonderlijk als belanghebbende konden worden aangemerkt. Het KNGF steunde de beroepsprocedure van de fysiotherapeuten en is verheugd dat de rechtbank aangeeft dat individuele fysiotherapeuten wel belanghebbende zijn. Volgens de rechtbank is het aannemelijk dat de gedragingen van verzekeraars van invloed kunnen zijn op de concurrentieverhoudingen tussen fysiotherapeuten en kunnen leiden tot verstoringen op de markt. Daarom zijn de fysiotherapeuten rechtstreeks belanghebbend.
9-2-2007
Kwart fysiotherapeuten voldoet niet aan ophangplicht prijslijst
26% van de bezochte fysiotherapiepraktijken houdt zich niet aan de ophangplicht van de standaardprijslijst. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Van de 250 bezochte praktijken had slechts 74% de lijst op een voor patiënten duidelijk zichtbare plaats in de praktijk hangen. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de FIOD-ECD.
Zie hier onze prijslijst
9-2-2007
Toeloop bij fysiotherapeut niet groter na afschaffen verwijsbrief
In de eerste helft van 2006 ging ruim een kwart van de patiënten zonder verwijzing naar de fysiotherapeut. Dit percentage is hoger dan verwacht, maar leidt niet tot een grotere toeloop. Fysiotherapiebezoek zonder tussenkomst van een verwijzer, en dus zonder een verwijsbriefje, is mogelijk sinds 1 januari 2006. Vooral jonge, hoog opgeleide patiënten maken gebruik van deze nieuwe mogelijkheid, en verder mensen met een klacht die ze al eerder hebben gehad of die al vaker bij de fysiotherapeut zijn geweest.
5 december 2006
 Buikspieroefeningen (collega Carl Noten in Telegraaf)
Een oefening waarmee de buikspieren werden getraind is bijvoorbeeld door op de grond te liggen, de knieen op te trekken, vervolgens je onderrug in de grond te drukken en met je ellebogen je knieen aan te tikken. Deze oefening heet de crunch.Onderzoek van de Erasmus Universiteit heeft aangetoond dat buikspieren trainen met dit juist rugklachten veroorzaakt en verergert. Bij de meeste mensen met rugklachten is geen schade aantoonbaar in de rug. Daarom noemen we dat aspecifieke lage rugklachten. De pijnklachten ontstaan vooral door 'verrekking' van de banden in de rug. Deze banden komen vooral op spanning als je de onderrug afvlakt of bol maakt door bijvoorbeeld onderuitgezakt te zitten, te tillen met een bolle rug of door de ouderwetse crunch.
AIs je de knieen optrekt, kantelt je bekken (en heiligbeen) achterover en wordt de rug mmder
hol. De meeste mensen denken dat dit veiliger is voor de rug, terwijl er hierdoor juist een verkeerde spanning op de banden komt. AIs je ook nog eens je rug in de grond drukt, versterk je dit probleem. Een ander nadeel van de crunch is dat het is gericht op versterking van de rechte buikspieren. Het blijkt dat trainen van de schuine en dwarse buikspieren zinvoller is. Het probleem is niet zozeer dat de rug verzwakt is, maar dat deze instabiel is. De aanpak moet dus vooral gericht lijn op stabiliseren van de rug. Hiervoor zijn de diepe spieren belangrijker dan de oppervlakkige.
Zie ook hier onze overwegingen bij buikspiertraining.
oktober 2006
  Cortisone injecties op langere termijn niet effectief bij een tennisarm.
Fysiotherapie of een afwachtend beleid zijn beiden effectiever bij de bestrijding van een tennisarm dan het injecteren van corticosteroiden. Australische wetenschappers testten verschillende behandelingen op drie afzonderlijke groepen patiënten met een tenniselleboog. Bij één groep deelnemers werd 'een afwachtend beleid' ingesteld - zij werden gerustgesteld dat de klachten uiteindelijk zouden minderen en aangemoedigd herstel af te wachten. Zij kregen ook specifieke instructies om provocerende activiteiten te vermijden. Een tweede groep kreeg een lokale corticosteroid injectie en werd geadviseerd om geleidelijk aan de normale activiteiten terug op te bouwen. De derde groep ontving acht behandelingen fysiotherapie (van 30 minuten) gedurende zes weken en kreeg huiswerkoefeningen en mobiliserende oefeningen. Deze proefpersonen ontvingen ook een oefenelastiek en een boekje met oefeningen. De vooruitgang van elke groep werd gemeten bij zes weken, en opnieuw na een jaar.
Aanvankelijk, waren de corticosteroidinjecties de meest succesvole behandeling, 78% van de proefpersonen in deze groep meldde verbeteringen. Daarna volgde fysiotherapie met een resultaat van 65% gevolgd door 27% van de personen in de groep met het afwachtende beleid. Na 52 weken waren de resultaten van de injectiegroep beduidend slechter dan die van de fysiotherapiegroep. Bij de injectiegroep meldde 72% van de deelnemers na drie of zes weken een verslechtertering. De onderzoekers vonden ook dat de resultaten op de lange termijn met fysiotherapie alsook door af te wachten bij benadering hetzelfde waren. Aan het einde was er sprake van een forse verbetering of een compleet herstel.
Referentie:
Bisset L.,Beller E.,Jull G.,Brooks P.,Darnell R.,Vicenzino B.,Mobilisation with movement and exercise, corticosteroid injection, or wait and see for tennis elbow: randomised trial, BMJ, doi:10.1136/bmj.38961.584653.AE
29 september 2006
Nieuwe behandeling voor patiënt met artrose
Mensen die door artrose (gewrichtsslijtage) van de heup of knie weinig meer kunnen, hebben meer baat bij de zogenaamde ‘GRADIT-behandeling’ dan bij de standaardbehandeling volgens de richtlijn fysiotherapie. GRADIT is er op gericht om patiënten stapsgewijs hun activiteiten te laten opvoeren. Fysiotherapeuten kunnen bij artrose-patiënten die lichamelijk slecht functioneren beter kiezen voor die nieuwe behandeling.
Dat blijkt uit het promotieonderzoek dat Cindy Veenhof op 14 september verdedigde aan de Vrije Universiteit. Het onderzoek werd uitgevoerd op het onderzoeksinstituut NIVEL (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg) in samenwerking met het EMGO instituut (Vrije Universiteit Amsterdam) en het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en gesubsidieerd door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Veenhof onderzocht bij 200 patiënten met artrose van heup of knie of zij op de lange termijn meer baat hebben bij GRADIT dan bij een behandeling volgens de richtlijnen van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF). Hier meer informatie over deze aanpak.
Mans de Kogel van het MTC heeft meegedaan aan dit onderzoek. Hij kan de GRADIT behandeling toepassen. Hier kunt u afspraak maken.
13 september 2006
Experiment fysiotherapie met een jaar verlengd
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)billijkt het vandaag gepubliceerde besluit van de ministerraad om het experiment vrije prijsvorming in de fysiotherapie te verlengen tot januari 2008. Het genootschap sluit stabilisering van de tarieven echter uit, aangezien de branche nog bezig is met een inhaalslag en omdat noodzakelijke innovaties nog investeringen vergen. Het KNGF onderschrijft het besluit tot verlenging met name omdat van echte onderhandelingen met verzekeraars nog onvoldoende sprake is geweest, en omdat de noodzakelijke innovatie-initiatieven nog niet goed van de grond zijn gekomen.
Verder hoopt het KNGF net als de minister dat verlenging ten goede komt aan de gezamenlijke ontwikkeling van prestatie-indicatoren. Het genootschap deelt het standpunt van de minister dat inzicht in de kwaliteit van de zorg altijd beter kan, maar onderstreept tevens dat binnen de fysiotherapie reeds een kwaliteitszorgsysteem is ontwikkeld dat zijn gelijke in de zorg niet kent.Het KNGF oordeelt dat er geen sprake van kan zijn van stabilisering van de tarieven. De branche is immers nog doende met een inhaalslag die nog moet worden afgerond, en tevens vergen de noodzakelijke innovatieve ontwikkelingen in onder andere de preventieve fysiotherapeutische zorg nog investeringen. Bovendien verwacht het KNGF een mogelijke differentiatie in specialistische zorg, die ook terug te vinden zou moeten zijn in de tarifering.
23 juni 2006
Nederlanders steeds vaker naar fysio
Nederlanders weten de fysiotherapeut steeds beter te vinden. Vorig jaar bracht één op de zes Nederlanders een bezoek aan de revalidatiearts. In 1980 ging nog één op de veertien Nederlanders naar de fysio. Dat blijkt maandag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De stijging van het fysiobezoek is volgens het CBS vooral te danken aan de verbeterde behandelmethoden sinds het begin van de jaren tachtig. Een andere oorzaak is de vergrijzing van de Nederlandse bevolking. De stijging wordt verder in de hand gewerkt doordat fysiotherapeuten minder vaak binnen zorginstellingen werken en meer eigen praktijken beginnen. De drempel voor patiënten wordt daardoor lager.
Hoewel steeds meer mensen de fysiotherapeut weten te vinden, neemt het gemiddelde aantal behandelingen per jaar af. Twintig jaar geleden kregen Nederlanders gemiddeld twintig behandelingen, vorig jaar daalde het gemiddelde naar zeventien. Deze daling is volgens het CBS te wijten aan beperkende maatregelingen van verzekeringsmaatschappijen, waardoor het aantal vergoede bezoeken niet boven een bepaald maximum komt.
De gewone, klassieke fysiotherapie is nog altijd het meest in trek bij Nederlanders. Bijna 74 procent van de patiënten geeft de voorkeur aan de gewone therapie. De manuele therapie, waarbij de gewrichten en lichaamshouding van een patiënt worden onderzocht, komt met bijna vijftien procent op de tweede plaats.
12 juni 2006
Experiment fysiotherapie 1 jaar verlengen
De markt voor fysiotherapie is nog niet gereed voor blijvende vrije prijsvorming. Na het eerste turbulente jaar met vrije prijzen begint de marktwerking op gang te komen. Er zijn duidelijke verbeteringen zichtbaar ten opzichte van 2005. Maar met name op het gebied van transparantie scoort de sector nog onvoldoende. Het College tarieven gezondheidszorg / de Zorgautoriteit in oprichting (CTG/ZAio) adviseert minister Hoogervorst (VWS) daarom het experiment met 1 jaar te verlengen. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de tweede monitor fysiotherapie, die vandaag verschijnt.
Transparantie
De transparantie op het gebied van prijs en kwaliteit is onvoldoende. De verschillen in prestatie tussen fysiotherapeuten zijn niet inzichtelijk. Hierdoor kunnen consumenten en verzekeraars niet kiezen op basis van prijs en kwaliteit en worden fysiotherapeuten onvoldoende geprikkeld tot betere prestaties. Ook de transparantie over de prijs is onder de maat. Fysiotherapeuten zijn verplicht om standaardprijslijsten op te hangen zodat de prijzen voor de patiënt inzichtelijk zijn. Uit de monitor blijkt dat het merendeel van de fysiotherapeuten zich hier niet aan houdt. Consumenten kunnen daardoor niet kiezen op prijs. Om de positie van de consument te versterken zal de Nederlandse Zorgautoriteit (nu nog CTG/ZAio) op transparantie gaan handhaven.
Onderhandelingen
Fysiotherapeuten maken beter gebruik van hun onderhandelingspositie. Uit de eerste monitor van CTG/ZAio van september 2005 bleek veel onvrede bij fysiotherapeuten over het onderhandelingsproces. Uit de nieuwe monitor blijkt dat zorgverzekeraars in 2006 meer differentiatie in de contracten hebben aangebracht, waardoor er meer te kiezen valt. Daarnaast zijn de prijsverschillen tussen de verzekeraars toegenomen en werken fysiotherapeuten vaker samen om hun onderhandelingspositie te versterken. Dit zijn duidelijke indicaties dat de marktwerking op gang komt.
Betaalbaarheid
De contractprijs voor een gewone behandeling is landelijk met ruim 8% gestegen. Volgens de marktpartijen komt dit voort uit een inhaalslag naar redelijke tarieven. Daarnaast is er geïnvesteerd in het verbeteren van kwaliteit, doelmatigheid en transparantie. CTG/ZAio acht het noodzakelijk te blijven monitoren hoe de prijs zich in de komende periode ontwikkelt.
Verlenging
Op basis van bovenstaande bevindingen adviseert CTG/ZAio de minister om het experiment met 1 jaar te verlengen. In het komende jaar kunnen marktpartijen zich concentreren op het vergroten van de transparantie. Daarnaast moet het jaar worden benut om beter inzicht te verkrijgen in de ontwikkelingen op het gebied van prijs en kwaliteit in een vrije markt. Het experiment met vrije prijsvorming is 1 februari 2005 gestart en heeft ten doel de markt te stimuleren tot innovatie, variatie in het aanbod en ondernemerschap. Op verzoek van het Ministerie van VWS volgt de CTG/ZAio de ontwikkelingen. Met name is onderzocht of met de invoering van de vrije prijzen de publieke belangen zijn gewaarborgd: de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de fysiotherapeutische zorg.
8 mei 2006
Graded Exercise Therapy is effectief bij chronische schouderklachten
Graded Exercise Therapy is effectiever voor patiënten met chronische schouderklachten dan de gebruikelijke behandeling door de huisarts. Schouderklachten vormen een veel voorkomende en hardnekkige aandoening in de huisartspraktijk. Graded Exercise Therapy onder begeleiding van een fysiotherapeut leidt bij patiënten tot een sterkere verbetering van de dagelijkse activiteiten. Ook na twaalf maanden zijn de verbeteringen bij de 'fysiotherapiepatiënten' nog steeds groter dan bij de 'huisartspatiënten'. Bovendien draagt dit gedragsmatig oefenprogramma bij aan een vermindering van de kosten voor bezoek aan de huisarts en de fysiotherapie en de kosten voor medicijngebruik na afloop van de behandeling.
april 2006
Aantal klanten fysiotherapeut in 2005 niet verder gedaald
In 2005 hebben fysiotherapeuten evenveel behandelingen aan evenveel patiënten gegeven als in 2004. In 2003 lag het totaal aantal bezoeken aan de fysiotherapeut nog 6% hoger. Die daling in 2004 hing samen met het grotendeels schrappen van de vergoeding voor fysiotherapeutische behandeling uit het basispakket van het - toenmalige - ziekenfonds. Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck hebben in 2005 gemiddeld wél zo’n 5,5 % minder patiënten behandeld. Het totaal aantal behandelingen dat zij in 2005 verrichtten is echter ongeveer gelijk gebleven. Toch is in veel oefentherapie-praktijken het aantal behandelingen gedaald. Dit blijkt uit onderzoek van de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ), een project van het NIVEL dat gesubsidieerd wordt door het Ministerie van VWS. LIPZ verzamelt en analyseert sinds 2001 landelijke, representatieve gegevens over fysiotherapie en de oefentherapieën Cesar en Mensendieck. LIPZ is het eerste langlopende registratieonderzoek waarmee continu zorginhoudelijke gegevens omtrent de paramedische zorg worden verzameld.
11 april 2006
Bij artrose is gewichtsverlies en fysiotherapie de eerste keus
Om pijn te behandelen, het functioneren te verbeteren en het ziekteproces te beïnvloeden, moeten artrosepatiënten met een combinatie van methoden worden behandeld, zo schijven onderzoekers in BMJ. Eerst moet niet-medicamenteuze behandeling worden geprobeerd, zoals gewichtsverlies, fysiotherapie en het gebruik van bijvoorbeeld kniebraces. Vervolgens kunnen medicijnen worden ingezet. Operatief ingrijpen is pas aan de orde nadat vaststaat dat medicamenteuze behandeling geen effect heeft.
18 maart 2006
 Sneller weer aan het werk met graded activity
Volgens onderzoekers van het VU Medisch Centrum Amsterdam kunnen mensen met niet-specifieke lage rugpijn sneller aan het werk als ze een fysiek oefenprogramma volgen. Uitgangspunt van de studie was dat hoe meer aandacht je schenkt aan deze pijn, hoe groter de kans is dat het erger wordt. Om deze hypothese te toetsen, besloten de onderzoekers tot een gedragsgeoriënteerde studie, waarbij het accent niet ligt op de pijn of beperkingen van de patiënt, maar op datgene wat hij nog wel kan. Daarom werd gekozen voor een stapsgewijs opgebouwd fysiek oefenprogramma, een graded activity.
Voor patiënten met lage rugklachten is beweging onverenigbaar met pijn. Bedoeling van de studie was aan te tonen dat je met pijn nog goed kunt bewegen. De deelnemers, allen KLM-medewerkers die wegens lage rugpijn ziek thuis zaten, werden verdeeld in een experimentele groep en een controlegroep. De experimentele groep, bestaande uit zevenenzestig deelnemers, nam deel aan de graded activity. De controlegroep, eveneens zevenenzestig deelnemers, kreeg de gewone zorg. Het programma bestaat deels uit eenvoudige bewegingsoefeningen, en deels uit oefeningen waarin fysiek zware werksituaties, zoals het tillen van koffers, worden gesimuleerd. De interventie begint met oefeningen die weinig inspanning vergen, waarna de belasting geleidelijk wordt opgevoerd. De deelnemers moet zich exact aan de interventie houden, pijn of geen pijn.
Belangrijkste uitkomst van de interventie is dat de verzuimperiode van deelnemers uit de experimentele groep aanzienlijk korter is dan van deelnemers uit de usual care groep. De eerste groep ging gemiddeld weer na 86 dagen aan het werk, de tweede groep gemiddeld na 129 dagen, terwijl de pijnbeleving in beide groepen gelijk bleef. Bovendien daalt de ‘bewegingsvrees’ bij de deelnemers uit de experimentele groep. Patiënten met chronische klachten die niet medisch verklaard kunnen worden, blijken veel baat te hebben bij een driedaagse training. Deze training vergroot hun lichamelijk en geestelijk bewustzijn. Nadat zij het programma hebben gevolgd, zijn zij beter in staat zichzelf te redden. Zij gebruiken bovendien minder medicijnen, bezoeken minder vaak hun huisarts en hebben een lager ziekteverzuim. Dat blijkt uit een onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Chronische Aspecifieke Lichamelijke Klachten zijn medisch onverklaarde klachten, waar mensen langer dan drie maanden last van ondervinden. Ze worden ook wel stressgerelateerde klachten genoemd. Het gaat hierbij om klachten als overspanning, oververmoeidheid, burnout, rugklachten en RSI. Een driedaagse training vergroot het bewustzijn van patiënten van hun patronen in het omgaan met dagelijkse stress. Zij herkennen en erkennen eerder hun eigen grenzen. Hierdoor kunnen zij beter en sneller reageren op verstoringen in hun balans tussen lichamelijke en psychische belastbaarheid.
120 mensen die deze training hebben gevolgd werden op drie momenten onderzocht. Deelnemers vulden zowel twee maanden als twaalf maanden na de training vragenlijsten in. Zowel op korte termijn als op lange termijn bleek de training effect te hebben . 90% van de deelnemers gaf aan hun vooraf gestelde doelen te hebben gehaald. Doordat hun zelfvertrouwen was gestegen, was hun zelfredzaamheid eveneens vergroot. De deelnemers gebruikten minder medicijnen en gingen minder vaak naar de huisarts of bedrijfsarts als voor de training. Zij konden zich ook beter ontspannen; hierdoor daalde hun ziekteverzuim en konden enkele deelnemers vanuit de WAO weer in het arbeidsproces reïntegreren. Deze effecten bleken na twaalf maanden nog sterker aanwezig dan na twee maanden. Dit duidt op een blijvende gedragsverandering van de deelnemers, die de kwaliteit van leven ten goede komt.
15 januari 2006
Manuele therapie helpt niet bij huilbaby
Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor de behandeling van het KISS-syndroom met manuele therapie.
Dit stelde kinderarts dr. Paul Brand onlangs tijdens het symposium ‘In de ban van de baby’, dat werd georganiseerd door de kinderafdeling van het Mesos Medisch Centrum Overvecht in Utrecht. Het KISS-syndroom zou veroorzaakt worden door pijnlijk verschoven nekwervels bij de geboorte. De pijn en scheefstand (asymmetrie) die dit veroorzaakt zou onder andere de oorzaak zijn van overmatig huilen door baby’s. Paul Brand waarschuwt verpleegkundigen op neonatologie-, kinderafdelingen en in de jeugdgezondheidszorg: “Adviseer bij huilbaby’s vooralsnog géén manuele therapie bij KISS, voordat er degelijk onderzoek naar het syndroom en de behandeling is gedaan.”
20 december 2006
Fysiotherapeuten Huizen informeren huisartsen
De fysiotherapeuten hebben met onderstaande tekst gezamenlijk de huisartsen in Huizen geÏnformeerd over de directe toegankelijkheid fysiotherapie op 1 januari 2006:
Zoals u waarschijnlijk al weet, zijn fysiotherapiepraktijken per 1 januari 2006 direct toegankelijk. Patiënten kunnen dan zonder verwijzing van een arts naar de fysiotherapeut. Wij zijn al geruime tijd bezig met de voorbereidingen op deze directe toegankelijkheid. Zo hebben wij allemaal een scholing gevolgd, toegespitst op het uitvoeren van een screening. In deze screening kijkt de fysiotherapeut of er sprake is van een patroon van tekenen en symptomen dat past binnen het eigen competentiegebied als fysiotherapeut. Is dit niet het geval, dan verwijzen wij de patiënt naar zijn huisarts.
Wanneer wij aanvullende gegevens nodig hebben of nader onderzoek noodzakelijk achten, adviseren wij de patiënt naar de huisarts te gaan. Het screeningsverslag geven we mee aan de patiënt.
Voor een schematische weergave verwijzen wij u naar de routing op de achterkant van deze brief.
Namens de gezamenlijke fysiotherapie praktijken in Huizen

27 november 2005
Minister Hoogervorst doet belangrijke toezeggingen
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) beëindigt de oproep aan haar leden om geen contracten met zorgverzekeraars te tekenen. Het KNGF komt tot deze stap nadat minister Hoogervorst belangrijke toezeggingen heeft gedaan op een landelijk congres voor fysiotherapeuten. De minister heeft aangegeven dat hij serieus naar mogelijkheden zoekt om de positie van fysiotherapeuten ten opzichte van verzekeraars te verbeteren. Ook is hij bereid om het experiment met een jaar te verlengen indien de situatie daar om vraagt.
Voor het KNGF blijft overeind dat de minister moet zorgen voor meer evenwicht tussen de marktpartijen. De fysiotherapeut kan niet onderhandelen over contracten. Fysiotherapeuten zijn vaak voor 80 procent afhankelijk van één verzekeraar en worden daardoor welhaast gedwongen elk contract te tekenen. Bas Eenhoorn, voorzitter KNGF: 'de toezeggingen van de minister bieden perspectief voor de toekomst en het KNGF wil zich daarom constructief opstellen. Wij zullen de situatie echter kritisch blijven volgen. Dat is in het belang van de fysiotherapeut en de patiënt.'
28 oktober 2005
KNGF roept leden op tot actie tegen Hoogervorst
Veel fysiotherapeuten hebben onvrede over de machtspositie van zorgverzekeraars volgens een artikel in het Financieele Dagblad. Het experiment waarbij fysiotherapeuten in onderhandeling met een zorgverzekeraar hun tarieven mogen bepalen, lijkt dan ook te mislukken. De beoogde marktwerking en innovatie komt daardoor nauwelijks tot stand en de verhoudingen met de zorgverzekeraars zijn gespannen.
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), dat zich wel inzet om het experiment met de vrije tariefsvorming te doen slagen, roept nu de leden op om actie te voeren tegen Hoogervorst. Hij kan als enige bewerkstelligen dat fysiotherapeuten grotere groepen verzekeraars kunnen onderhandelen. Veel andere mogelijkheden geeft de mededingingswetgeving de fysiotherapeuten namelijk niet.
20 september 2005
Manuele therapie bij schouderklachten na NHG-standaard
Manuele therapie blijkt het herstel bij 1 op de 4,6 behandelde patiënten met schouderklachten en een functiestoornis van de schoudergordel te bespoedigen. Manuele therapie heeft bij 1 op 6 behandelde patiënten met een functiestoornis van de schoudergordel een langdurig effect. Dit blijkt uit een gerandomiseerd effectonderzoek. "De resultaten laten zien dat manuele therapie van functiestoornissen van de schoudergordel als aanvulling op de behandeling volgens de NHG-standaard (Nederlands Huisartsen Genootschap) het herstel van schouderklachten bespoedigt en zorgt voor een blijvende reductie van symptomen van schouderklachten." Het lijkt volgens de onderzoekers het best om met manuele therapie te beginnen wanneer de pijn van de schouder door behandeling (medicamenteus/injectie)
20 augustus 2005
ZAio komt met visiedocument fysiotherapie
De Zorgautoriteit (ZAio) heeft eigen onderzoek uitgevoerd naar de marktwerking in de fysiotherapie. Resultaat: een visiedocument met voorwaarden om de concurrentie in de fysiotherapie te bevorderen. Tijdens het onderzoek is door ZAio gepraat met zorgverzekeraars, overheidsinstellingen, brancheorganisaties en fysiotherapeuten.
Marktexperiment
Sinds februari 2005 loopt er een marktexperiment in de fysiotherapie. In het experiment zijn de maximumtarieven losgelaten. Fysiotherapeuten en zorgverzekeraars mogen sinds dat moment onderhandelen over de prijs. Het experiment heeft al voor veel opschudding veroorzaakt onder fysiotherapeuten. Zij zien niets in het experiment en voelen zich onder druk gezet door de zorgverzekeraars.
Nieuw perspectieven
ZAio wil met het visiedocument inzicht krijgen in de werking van de markt en in de vraag of de publieke belangen bij vrije prijsvorming voldoende geborgd zijn. Verder wordt bekeken of het huidige experiment fysiotherapeuten nieuwe perspectieven biedt op het gebied van innovatie, variatie in het aanbod en ondernemerschap.
29juli 2005
Fysiotherapeuten sluiten bijna allemaal contract
Op basis van cijfers van zorgverzekeraaars blijkt dat tenminste 95 procent van de fysiotherapeuten in 2005 een contract met een zorgverzekeraar heeft gesloten. Het gemiddelde tarief bedraagt € 24,50. De vraaguitval door de beperking van de verstrekking van fysiotherapie in het ziekenfondspakket stabiliseert zich rond de 6 procent. Dit blijkt uit een periodieke voortgangsrapportage van het ministerie van VWS over het experiment met vrije prijsvorming in de fysiotherapie.
Monitoring van de effecten, uitgevoerd door toezichtsorgaan CTG/ZAio, moet inzicht geven in de gevolgen van de vrije prijsvorming op de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van fysiotherapie. CTG/ZAio verwacht met dit instrument eind dit jaar de eerste resultaten te presenteren van de marktwerking.
Het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) heeft minister Hoogervorst een brief gestuurd, omdat de KNGF van mening is dat het experiment dreigt te mislukken. Volgens Bas Eenhoorn, voorzitter van het (KNGF), wil hij samen met zijn leden alles in het werk stellen om te komen tot goede afspraken met de zorgverzekeraars. Maar Eenhoorn stelt daarbij wel een voorwaarde. 'Wil het experiment in 2006 slagen dan moet minister Hoogervorst met krachtige maatregelen komen om marktevenwicht tot stand te brengen. Gebeurt dat niet, onvoldoende of te laat, dan vrees ik dat een situatie ontstaat waarin onduidelijkheid, administratieve en juridische chaos de boventoon voeren', zo waarschuwt Eenhoorn.
8 juli 2005
KNGF ondertekent beweegprogramma
Samen met enkele belangenorganisaties op het gebied van de gezondheidszorg heeft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) recent de intentieverklaring “Beweegprogramma COPD” onderschreven. Dit programma, dat opgesteld is door TNO en in samenwerking met de Katholieke Universiteit Leuven en het Astmafonds tot stand is gekomen, wil patiënten met chronische longaandoeningen op een effectieve wijze behandelen. Het is een goede manier om mensen met minder ernstige klachten te begeleiden naar zelfstandig bewegen buiten de zorgsetting.
COPD is een langdurige ontsteking van het slijmvlies van de luchtwegen, die leidt tot chronische bronchitis of longemfyseem. Het is een aandoening die niet genezen kan worden. Toch zijn er specialistische zorgprogramma’s die door fysiotherapeuten worden aangeboden. Zij zorgen voor minder hoesten, beter ademen en verantwoord bewegen.
Het M.T.C. biedt per 1 september het beweegprogramma "COPD" aan.
24 juni 2005
NMa wijst klachten fysiotherapie af.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft een groot aantal klachten van fysiotherapeuten over zorgverzekeraars afgewezen. De NMa heeft dat vrijdag bekendgemaakt. De fysiotherapeuten verweten de zorgverzekeraars machtsmisbruik. Fysiotherapeuten moeten dit jaar bij wijze van proef onderhandelen met zorgverzekeraars over hun behandelingen en de prijs daarvan. De overheid gebruikt de fysiotherapeuten als proefkonijn. Volgend jaar moeten ook ziekenhuizen en huisartsen volgens de principes van marktwerking aan de slag. De overheid hoopt de gezondheidszorg op deze manier efficiënter en effectiever te maken.
Volgens de fysiotherapeuten zijn de zorgverzekeraars veel te machtig om mee te onderhandelen. Ze zouden de individuele fysiotherapeuten eenvoudigweg wurgcontracten 'door de strot duwen'. Volgens de NMa is hiervan geen sprake.
4 juni 2005
Fysiotherapeuten goed bezig.
Fysiotherapeuten gebruiken steeds vaker behandelmethodes waarvan de werking is aangetoondFysiotherapeuten gaven vorig jaar ruim 77% van hun patiënten oefentherapie (zoals houdingscorrigerende of spierversterkende oefeningen). In 2002 was dat nog circa 74%. Voor veel aandoeningen is de werking van oefentherapie aangetoond in wetenschappelijk onderzoek.
Deze ontwikkeling blijkt uit de nieuwste cijfers van de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LiPZ) die dit jaar 4 jaar bestaat. Het aantal ‘fysische verrichtingen’ (zoals behandelingen met ultrageluid of warme paraffine), waarvan de werking niet is aangetoond, daalde bij ziekenfondspatiënten van 15% naar 12%, en bij particulierverzekerden van 18% naar 10%. Hiermee voldoen fysiotherapeuten steeds meer aan kwaliteitscriteria van de beroepsvereniging KNGF. Die zijn er onder andere op gericht om vooral therapie aan te bieden waarvan de werking is aangetoond.
31 mei 2005
Oefentherapie bevordert het functioneren bij rugklachten
Oefentherapie kan pijn verminderen en bevordert het functioneren van patiënten met lage rugklachten. Dit concludeert epidemioloog Maurits van Tulder van het VU medisch centrum. Om de effectiviteit van oefentherapie te onderzoeken zijn 61 studies geanalyseerd. Daarin wordt oefentherapie vergeleken met de resultaten van patiënten die geen therapie of een andere therapie kregen aangeboden. Met name recente studies hebben aandacht voor het effect van therapie bij patiënten met chronische rugpijn. Uit deze studie blijkt dat deze patiënten voordeel hebben van oefentherapie.
Daarnaast werd een tweede literatuurstudie gedaan onder 43 onderzoeken die zich speciaal richten op oefentherapie bij patiënten met chronische rugpijn. Hierin werd de vraag beantwoord wat het effect is van therapie en meer specifieke interventies op het verminderen van pijn en verbetering van het functioneren van deze patiënten. Uit de analyse blijkt dat maatgerichte, individuele oefentherapie onder begeleiding van een fysiotherapeut het meest effect heeft. Bij volwassenen met chronische klachten hebben met name rekoefeningen en spierversterkende oefeningen het beste resultaat. Het is de eerste keer dat een dergelijke studie op deze schaal werd gedaan.
Van Tulder en zijn collega’s tonen met deze literatuurstudies duidelijk het positieve effect aan van oefentherapie voor patiënten met chronische rugklachten.
20 mei 2005
Fysiotherapie.nl vernieuwd
Ingang mei is de vernieuwde consumentensite op het gebied van fysiotherapie de lucht ingegaan. Op deze site worden ook de beelden gebruikt uit de campagne fysiotherapeut in beweging die zorgen voor een grotere herkenbaarheid voor de consument. Bent u benieuwd naar de nieuwe site? Kijk op www.fysiotherapie.nl |
 |
01-05-2005
Een gloednieuwe campagne: de fysiotherapeut specialist in beweging!
Op 25 april start de campagne ‘de fysiotherapeut, specialist in beweging’.
Met deze campagne wil het K.N.G.F. de consument wijzen op de kwaliteit van de registerfysiotherapeut en het belang van verantwoord (kunnen) bewegen. In de campagne wordt voor het eerst het nieuwe logo van de registerfysiotherapeut gebruikt.
Een veelheid aan communicatiemiddelen wordt ingezet om Nederland duidelijk te maken dat de fysiotherapeut meer kan betekenen dan iedereen denkt. Dit aan de hand van heldere voorbeelden uit de praktijk. Een maand lang zijn er televisiecommercials te zien o! p RTL 4, RTL 5 en Yorin. Deze commercials worden tegelijkertijd ondersteund door paginagrote advertenties in o.a. Libelle, Margriet, Viva, Midi en Ouders van Nu. En in het najaar doet het K.N.G.F. een en ander nog eens dunnetjes over!
25-04-2005
Bezoek fysiotherapeut daalt
Minder patiënten hebben in 2004 de fysiotherapeut bezocht. Onderzoeksbureau Nivel concludeert in een onderzoek dat het bezoek met gemiddeld 6,1 procent is gedaald ten opzichte van 2003. Het onderzoek is vrijdag gepresenteerd.
Nivel verklaart de daling door bezuinigingen van de overheid. Bezoek aan de fysiotherapeut wordt sinds 1 januari 2004 niet meer vergoed via het basispakket van het ziekenfonds. Ziekenfondsverzekerden kunnen zich via een aanvullend pakket wel bijverzekeren voor fysiotherapie. Meer dan 90 procent van de ziekenfondscliënten heeft zo'n aanvullend pakket.
Nivel presenteerde vorig jaar april een onderzoek waaruit bleek dat het bezoek aan de fysiotherapeut sinds de overheidsmaatregel met 15 procent gedaald zou zijn. Volgens Nivel heeft het bezoekersaantal zich sinds vorig jaar voor een groot deel hersteld.
28-02-2005
Televisiecommercial van Zilveren Kruis misleidend.
De Reclame Code Commissie heeft op 14 februari jongstleden uitspraak gedaan over een televisiecommercial van Zilveren Kruis Achmea (Sternummer 28529 AA). De commissie oordeelt dat in de commercial de indruk wordt gewekt dat Zilveren Kruis Achmea in alle gevallen de kosten van fysiotherapie voor 100 procent vergoedt. Indien een verzekerde zich wil laten behandelen door een fysiotherapeut die geen contract heeft gesloten met Zilveren Kruis Achmea, worden de kosten van fysiotherapie echter slechts tot een maximum van 20 Euro per behandeling vergoed. De commissie vindt de mededeling in de commercial dat een verzekerde "alle kosten voor fysiotherapie vergoed krijgt" en de in beeld verschijnende tekst "Fysiotherapie 100 procent vergoed" te absoluut en misleidend. In de uiting wordt er immers niet op gewezen dat de verzekerde in zijn vrijheid om een fysiotherapeut te kiezen, wordt beperkt. De commissie acht de uiting in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code en beveelt de adverteerster aan niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Beperking keuzevrijheid slecht voor consument
Het Koninklijk Nederlands voor Genootschap Fysiotherapie (KNGF) is blij met de uitspraak. Het KNGF vindt dat verzekeraars zuiver moeten communiceren zodat de consument weet wat hij of zij kan verwachten als een verzekering wordt afgesloten. Voor het KNGF is ook de keuzevrijheid van de consument enorm belangrijk. Het signaal van de Reclame Code Commissie moet worden opgepakt door alle verzekeraars en de politiek. Nu de keuzevrijheid van patiënten in gevaar komt en de verzekeraar bepaalt welke fysiotherapeut zijn verzekerde mag behandelen, dan is echte marktwerking een illusie. De politiek moet werk gaan maken van een goede restitutieregeling. Alleen op deze manier kan de patiënt echt kiezen bij welke fysiotherapeut hij of zij onder behandeling wenst te staan.
18 februari 2005
Experiment fysiotherapie is chaos
Alle fracties van de Tweede Kamer zijn ontevreden over het verloop van het experiment met vrije marktwerking in de fysiotherapie. Volgens de fracties is er sprake van grote chaos. De overheid heeft dit jaar bij wijze van proef vrije marktwerking ingevoerd bij fysiotherapeuten. Ze moeten onderhandelen met de zorgverzekeraars over de tarieven die ze in rekening mogen brengen.
De zeggen te weinig kracht te hebben om als individu tegen de sterke zorgverzekeraars op te kunnen. Hierdoor krijgen ze naar eigen zeggen wurgcontracten door hun strot geduwd. Als ze niet akkoord gaat, weigert de zorgverzekeraar te tekenen en raken de fysiotherapeuten klanten kwijt.
2 februari 2005
Fysiotherapeuten zien minder 11 procent patiënten
Fysiotherapeuten melden gemiddeld dat het afgelopen jaar 11 procent van de patiënten die het wel nodig hadden, om financiële redenen heeft afgezien van fysiotherapie. In achterstandswijken, waar mensen met lage inkomens wonen, gaat het zelfs om 14 procent. Ook 7 procent van de chronische patiënten stopt de behandeling. Dat blijkt uit een vragenonderzoek dat de SP heeft gehouden onder 555 fysiotherapeuten. Chronische patiënten kunnen zich niet altijd voldoende bijverzekeren omdat er geen acceptatieplicht is. De belangrijkste gevolgen van het afzien van fysiotherapie zijn verergering van klachten en risico op chroniciteit, langdurig ziekteverzuim, een groter beroep op duurdere zorg en een vermindering van de zelfstandigheid.
Verder blijken de fysiotherapeuten gemiddeld 27 dagen kwijt te zijn aan zaken die te maken hebben met verzekeringen. Belangrijkste oorzaken van deze bureaucratische lasten zijn de controlesystemen van zorgverzekeraars en de marktwerking. Soms hebben fysiotherapeuten te maken met vijftien tot dertig verschillende zorgverzekeraars. De SP wil dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid) die bureaucratie aanpakt. De vergoedingssystemen moeten simpeler en uniformer en de minister moet onderzoeken of voor fyiotherapeuten niet eenzelfde abonnementssysteem kan komen als nu bij huisartsen bestaat. Die krijgen nu een vast bedrag per ziekenfondspatiënt. Hoogervorst wil echter juist bij huisartsen ook een consulttarief invoeren. Hij wil de tarieven zelfs loslaten en wat hem betreft mogen fysiotherapeuten daar dit jaar mee experimenteren. Uit het onderzoek van de SP blijkt dat ruim de helft van de ondervraagde fyiotherapeuten daar tegen is. Van de fysiotherapeuten die in een achterstandswijk werken is dit 70 procent. Wat de SP betreft laat Hoogervorst zijn plan varen en voert hij een 'fatsoenlijk' tarief in.
22 januari 2005
Vrije markt fysiotherapie blijkt illusie
Fysiotherapeuten willen af van de jaarlijkse contracten met zorgverzekeraars. Therapeuten worden hoorndol van alle verschillende contracten die ze voor het eind van de maand moeten ondertekenen, terwijl van echte prijsonderhandelingen geen sprake is.
De fysiotherapeuten zijn nog net zo gebonden aan de zorgverzekeraars als vroeger aan de overheid. De fysiotherapeut heeft geen onderhandelingspositie meer want de NMa verbiedt de fysiotherapeuten gezamenlijk met verzekeraars om de tafel te gaan zitten. Daarmee dreigt de fysiotherapie als speeltuin van de vrije markt in de zorg bij voorbaat te mislukken.
12 januari 2005
Fysiotherapeuten starten voorlichtingscampagne over aanvullende verzekeringen
Een groot deel van de fysiotherapeutische zorg is sinds 2004 niet meer verzekerd via de basisverzekering. Nog steeds weten veel mensen niet of ze een goede ziektekostenverzekering hebben en hoe ze daar voor kunnen zorgen. Dit schrijft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF).
Om iedereen zo goed mogelijk te informeren over de mogelijkheden om van fysiotherapeutische zorg verzekerd te blijven, start het KNGF een landelijke radiocampagne. Deze campagne, die te horen is van 10 tot en met 16 januari 2005, wordt ondersteund met informatiefolders die in veel fysiotherapiepraktijken in Nederland liggen.
Fysiotherapie wordt niet standaard vergoed voor wie 18 jaar of ouder is. Alleen voor mensen met een bepaalde chronische aandoening wordt een uitzondering gemaakt. Voor hen wordt fysiotherapie vergoed vanaf negen behandelingen. Omdat ziektekostenverzekeraars hun pakketten en premies hebben aangepast, heeft de consument gelegenheid om polisvoorwaarden en tarieven van eigen én andere verzekeraars te vergelijken. Zo kan de beste aanvullende verzekering worden gekozen. De voorwaarden en de tarieven van de zorgverzekeraars verschillen enorm.
Op www.fysiotherapie.nl staat actuele informatie en een overzicht van de pakketten en premies van vrijwel alle ziektekostenverzekeraars op het gebied van fysiotherapie. Voor iedereen geldt dat vergelijken wel degelijk loont.
01 januari 205
Rapport "Arbeidsrelevante paramedische zorg in de eerste lijn"
Fysiotherapeuten, oefentherapeuten Cesar, oefentherapeuten-Mensendieck en logopedisten zien regelmatig patiënten met klachten die het functioneren op hun werk nadelig beïnvloeden. We spreken dan van een arbeidsrelevante aandoening. Door nieuwe ontwikkelingen in de zorg aan deze categorie patiënten is de vraag gerezen of het huidige zorgstelsel nog voldoet.
Dit rapport beschrijft de resultaten van het project "Arbeidsrelevante paramedische zorg in de reguliere eerste lijn: de stand van zaken". Het project is in december 2002 gestart in opdracht van het College voor Zorgverzekeringen. De data zijn verzameld in het voorjaar van 2003 en het rapport is afgerond in oktober 2003. CVZ gaat de resultaten van dit onderzoek gebruiken voor het formuleren van toekomstig beleid over de toegang, de organisatie en de financiering van paramedische zorg bij arbeidsrelevante aandoeningen. Download het CVZ rapport
30 december 2004
Directe Toegankelijkheid Fysiotherapie (DTF)
Minister Hoogervorst heeft de Tweede Kamer op 24 december laten weten niet mee te gaan met het advies van CVZ. Hij heeft besloten, overeenkomstig het voorstel van het KNGF, de DTF per 1 januari 2006 voor alle patiëntcategorieën in te laten gaan. De minister acht de beroepsgroep goed in staat om zelf duidelijke normen voor de invoering van de directe toegankelijkheid op te stellen. De minister volgt hiermee de visie van het KNGF. Om de directe toegankelijkheid fysiotherapie ook kwalitatief en zorgvuldig in te voeren zal in 2005 de wet BIG worden aangepast. Wel moet de beroepsgroep afspraken met de huisartsen maken en is een goede bijscholing, zoals die inmiddels door het KNGF in gang is gezet, van essentieel belang. Fysiotherapeuten moeten kunnen beoordelen of zij in staat zijn om iets te doen aan de klachten van een cliënt. In zijn brief aan de Tweede Kamer laat de minister weten de directe toegankelijkheid van fysiotherapie een waardevolle toevoeging aan de deskundigheid van de fysiotherapeut te vinden en hij wenst de beroepsgroep veel succes in het opnemen van de bijbehorende verantwoordelijkheden.
24 december 2004
Proef vrije tarieven fysiotherapie vooralsnog uitgesteld
De proef met de vrije tarieven voor fysiotherapie gaat vooralsnog niet door op 1 januari 2005. Mogelijk vindt deze doorgang vanaf 1 februari 2005, dit is echter nog onzeker. Daardoor ontstaat grote onduidelijkheid bij fysiotherapeuten, zorgverzekeraars en cliënten. Deze onverwachte vertraging is in strijd is met eerder gemaakte afspraken en toezeggingen van het departement.
Het KNGF heeft een brief aan de minister gestuurd waarin ze aandringt om op korte termijn duidelijkheid te bieden. In dezelfde brief dringt ze ook aan op afronding van de besluitvorming over directe toegang en reikwijdte. Het KNGF vindt dat een oplossing gevonden moet worden zodat het experiment toch per 1 januari 2005 feitelijk van start kan gaan en heeft concrete suggesties gedaan hoe de minister dit probleem kan oplossen.
2 december 2004
Tarieven fysiotherapie per 2005
Het CTG heeft afgelopen maandag 21 variatiebeschrijvingen voor de fysiotherapie in vastgesteld en ter goedkeuring aan de minister voorgelegd. Fysiotherapeuten kunnen per 1 januari zelf de prijs voor deze prestaties vast stellen (experiment vrije tarieven). De tarieven die het MTC voor deze prestaties zal hanteren zullen wij voor 1 januari bekend maken.
De 21 variatiebeschrijvingen zijn:
- Zitting
- Zitting kinderfysiotherapie
- Zitting manuele therapie
- Zitting oedeemtherapie
- Zitting bekkentherapie
- Lange Zitting
- Eenmalig fysiotherapeutisch onderzoek
- Groepszitting voor specifieke behandeling van twee personen
- Groepszitting voor specifieke behandeling van drie personen
- Groepszitting voor specifieke behandeling van vier personen
- Groepszitting voor behandeling van vijf tot tien personen
- Groepszitting van meer dan tien personen
- Toeslag voor uitbehandeling
- Inrichtingstoeslag
- Toeslag buiten reguliere werktijden
- Instructie / overleg ouders van de patiënt
- Niet nagekomen afspraak
- Gebruikte verband- en hulpmiddelen
- Versterkte verband- en hulpmiddelen
- Eenvoudige, korte rapporten
- Meer gecompliceerde, tijdrovende rapporten
25 november 2004
Voorzitter KNGF roept leden op tot eenheid
Naar aanleiding van de Buitengewone Ledenraadpleging van 25 oktober j.l. en de wens van veel leden om de eenheid binnen de beroepsgroep te bewaren, doet Bas Eenhoorn een uiterste poging om tot een compromis te komen. Vooral in deze tijd met veel veranderingen voor de fysiotherapie, is een hechte vereniging belangrijk. De voorzitter roept zowel het Algemeen Bestuur, als de voorzitters van de regionale en beroepsinhoudelijke verenigingen als de initiatiefgroep (Vote) op om de meningsverschillen te overbruggen. Hiervoor heeft hij een compromisvoorstel geschreven dat recht doet aan de uitkomsten van de Buitengewone Ledenraadpleging. Bas Eenhoorn doet een compromisvoorstel dat vandaag is verstuurd naar het Algemeen Bestuur, de voorzitters van de regionale en beroepsinhoudelijke verenigingen en de initiatiefgroep (Vote). Bas Eenhoorn heeft de betrokken partijen uitgenodigd om uiterlijk maandag te reageren op het voorstel. Aanstaande zaterdag zullen de regionale en beroepsinhoudelijke verenigingen dit al doen tijdens een extra bijeenkomst. Omdat het Algemeen Bestuur vanmiddag heeft besloten de uitkomst van de eerste Buitengewone Ledenraadpleging niet te bekrachtigen, kunt u zich op zaterdag 6 november uitspreken over het compromisvoorstel in een tweede Buitengewone Ledenraadpleging.
27 oktober 2004
RSI wordt CANS
De klachtengroep RSI wordt voortaan aangeduid als CANS (Complaints of the Arm, Neck and/or Shoulder). Volgens de definitie zijn dit klachten van het bewegingsapparaat in arm, nek en/of schouder, die niet veroorzaakt worden door een acuut trauma of een systemische aandoening. CANS is een omschrijving van een klachtencomplex. Het is GEEN diagnose. Het CANS model verdeelt de klachten in specifieke en a-specifieke CANS. Een aandoening is specifiek als deze te diagnosticeren is. Dit betekent dat op basis van onderscheidende kenmerken de diagnose reproduceerbaar gesteld kan worden. Op deze wijze heeft het panel 23 aandoeningen als specifieke CANS benoemd*. Ze worden als afzonderlijke aandoeningen benaderd en behandeld en dus niet als één grote groep van klachten gezien. Als een aandoening niet in het rijtje van de 23 als specifieke CANS voorkomt, wordt gesproken van a-specifieke CANS.
Onderverdeling Specifieke CANS:
01 Bicepspees tendinose
02 Bursitiden rond de elleboog
03 Carpaal tunnelsyndroom
04 Cervicale hernia
05 Cubitaal tunnelsyndroom
06 M. Dupuytren
07 Epicondylitis lateralis cubiti
08 Epicondylitis medialis cubiti
09 Frozen shoulder
10 Guyon kanaalsyndroom
11 Instabiliteit van de schouder
12 Instabiliteit van de elleboog |
13 Scheur in het labrum glenoidale
14 Lokale artritis (geen RA)
in een gewricht van de bovenste extremiteit
15 Oarsman's wrist
16 Radiaal tunnelsyndroom
17 Raynaud's fenomeen
18 Rotator cuff scheuren
19 Subacromiaal impingementsyndroom
(rotator cuff syndroom, tendinosen en
bursitiden rond de schouder
20 Sudeckse dystrofie
21 Suprascapulaire compressie
22 Triggerfinger
23 Ziekte van De Quervain
|
8 oktober 2004
Intensievere fysiotherapie zorgt voor sneller herstel na CVA
Fysiotherapeuten spelen een belangrijke rol in de behandeling van patiënten met een beroerte (CVA). Vandaag heeft het KNGF haar richtlijn Beroerte gepubliceerd. Daaruit blijkt ondermeer dat intensievere fysiotherapie tijdens de eerste 6 maanden zorgt voor een sneller herstel van de patiënt met een beroerte. De nieuwe richtlijn doet aanbevelingen op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het is aangetoond dat een hogere intensiteit van de oefentherapie (meer uren van oefenen) tijdens de eerste 6 maanden een positief effect heeft op de snelheid van het herstel van patiënten.
Onderzoek in Nederland toont aan dat jaarlijks ongeveer 30.000 patiënten in een ziekenhuis worden opgenomen met een beroerte, van wie ongeveer 20 tot 25 procent binnen 4 weken overlijdt. Patiënten die een beroerte overleven, ervaren meestal een verminderde kwaliteit van leven door aanwezige stoornissen en beperkingen. Momenteel leven ruim 120.000 patiënten in Nederland met de gevolgen van een beroerte en dit aantal zal in 2015 met 30 tot 45 procent zijn toegenomen tot ongeveer 165.000 patiënten. De kosten van zorgverlening voor de samenleving van deze patiëntengroep wordt momenteel geschat op ongeveer 1 miljard euro per jaar.
1 oktober 2004
No claim in zorg nauwelijks effect op fysiotherapie
De invoering van het plan voor een no claimsysteem in de zorg zoals dat er nu ligt, zal nauwelijks effect hebben op de mate waarin een beroep op fysiotherapie wordt gedaan. Onder de no claim valt alle zorg waarvoor iemand op grond van de ziekenfondswet is verzekerd (dus ook geneesmiddelen en hulpmiddelen). De no claim heeft dus alleen betrekking op het ziekenfondsdeel en niet op het aanvullende deel. Aangezien de meeste fysiotherapie verschoven is naar het aanvullende deel zullen de negatieve effecten op de consumptie fysiotherapie niet groot zijn. Voor de fysiotherapie die binnen het ziekenfondsdeel valt, geldt dat fysiotherapie voor de jeugd tot 18 jaar niet onder het no claimsysteem valt. Fysiotherapie voor chronisch zieken valt wel onder de no claimregeling maar daar geldt voor dat deze groep op jaarbasis in ieder geval meer zorg consumeert dan € 250,-. De verwachting is daarom dat chronisch zieken niet minder naar de fysiotherapeut gaan vanwege het no claimsysteem.
1 oktober 2004
Manuele therapie effectief bij schouderklachten
Manuele therapie bij schouderklachten is in combinatie met de gebruikelijke behandeling door de huisarts een effectieve behandeling. De huisarts moet verwijzing voor manuele therapie te overwegen als schouderklachten gepaard gaan met pijn of bewegingsbeperking van de nek. Dit schrijven samenwerkende onderzoekers van het UMC Utrecht en Universiteit Groningen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Annals of Internal Medicine.
Eén op de vijf Nederlanders heeft schouderklachten. Schouderklachten zijn een hardnekkig probleem, vooral als dit gepaard gaat met pijn of bewegingsbeperking van de nek. De gebruikelijke behandeling door de huisarts bestaat doorgaans uit medicatie (pijnstillers of ontstekingsremmers), ontstekingsremmende injectie in het schoudergewricht of verwijzing voor fysiotherapie. Dit conform de behandelstandaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), die op basis van resultaten van eerder wetenschappelijk onderzoek is opgesteld. Manuele therapie als aanvulling op de gebruikelijke behandeling door de huisarts blijkt nu een effectieve methode van behandeling van schouderklachten.
Bij zes weken, drie, zes en twaalf maanden na start van de behandeling met manuele therapie werd patiënten gevraagd naar de verbetering van hun schouderklachten. Op al deze tijdstippen waren er meer patiënten hersteld die de aanvullende manuele therapie kregen. Na twaalf weken was 43 procent van hen hersteld, ten opzichte van 21 procent van de patiënten die de gebruikelijke behandeling onderging. Ook na een jaar bleef dit resultaat zichtbaar. Bovendien hadden patiënten na manuele therapie minder pijn en bewegingsbeperking, en waren zij minder beperkt in hun functioneren.
21 september 2004
Huisarts bestrijdt whiplash beter dan fysiotherapeut
Mensen met whiplashklachten kunnen zich beter laten behandelen door de huisarts dan door een fysiotherapeut. In het algemeen hebben vier bezoeken aan een huisarts uiteindelijk meer effect dan dertien meer effect dan dertien behandelingen en oefentherapie door een fysiotherapeut. Tot die conclusie komt Wendy Scholten-Peeters na een studie onder tachtig whiplashpatiënten. In een proefschrift, dat zij op 22 september aan de Radboud Universiteit Nijmegen verdedigt, bepleit de fysiotherapeute een whiplashprotocol voor huisartsen en een striktere verwijzing naar een fysiotherapeut. Op korte termijn is weinig verschil merkbaar, maar na een jaar bleek dat er twee keer zoveel patiënten waren hersteld die alleen de huisarts hadden bezocht en niet waren doorverwezen naar een fysiotherapeut. In Nederland lijden vijftien- tot dertigduizend mensen aan het whiplashsyndroom: pijn en stijfheid in nek en schouders, dikwijls in combinatie met hoofdpijn, concentratiestoornissen en ook depressie. De klachten ontstaan door een plotselinge beweging van hoofd of romp, bijvoorbeeld bij een kop-staartbotsing.
Ongeveer eenderde van de whiplashpatiënten heeft uiteindelijk chronische klachten. Daarom moet snel een behandeling worden ingezet. Het dragen van een halskraag en weinig bewegen werken averechts. De huisarts moet voorkomen dat de patiënt terechtkomt in een spiraal van pijn, angst voor pijn en niet bewegen. Daardoor verslappen de spieren, wat leidt tot nog meer pijn.
Om dergelijke problemen te voorkomen, zijn vier wekelijkse bezoeken bij de huisarts voldoende. Medisch onderzoek om eventueel ernstig letsel uit te sluiten is wel essentieel.
Alleen mensen die relatief veel pijn hebben, kunnen baat hebben bij oefeningen en begeleiding door de fysiotherapeut. De beroepsgroep van fysiotherapeuten KNGF kan zich vinden in de bevindingen.
6 september 2004
Directe toegankelijkheid fysiotherapie werkt positief
Direct toegankelijke fysiotherapie (DTF) blijkt aan de hand van een experiment positief te werken. Zowel patiënten, huisartsen als fysiotherapeuten blijken goed met DTF te kunnen omgaan. Op basis van de recente pakketmaatregel adviseert het CVZ om DTF vooralsnog alleen in te voeren voor patiënten van 18 jaar en ouder; dat betekent dat verzekeraars zelf via hun aanvullend pakket de DTF kunnen vormgeven.
26 augustus 2004
Minister besluit pas na de zomer over directe toegankelijkheid
Minister Hoogervorst van VWS heeft nog geen formeel besluit genomen over de invoering van directe toegankelijkheid. Het KNGF heeft aangestuurd op een uitspraak van de minister dit voorjaar, maar vanwege de traagheid van de procedures zal de minister pas na de zomer een uitspraak doen.
Hoewel VWS positief is over de directe toegang en zich al aan het oriënteren is op de benodigde wetswijzigingen, wacht de minister eerst het advies af van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Dit college bespreekt pas in augustus de eindrapportage van TNO Preventie en Gezondheid, die de pilot directe toegang heeft uitgevoerd. Naar verwachting zal de minister snel na het advies van CVZ een formele beslissing nemen. Ondertussen zijn de voorbereidingen al vanaf het begin van dit jaar in volle gang. De eerste cursussen directe toegankelijkheid zijn gestart en veel fysiotherapeuten hebben zich al ingeschreven voor een cursus dit najaar.
22 juli 2004
Experiment met vrije tarieven fysiotherapie
Fysiotherapeuten kunnen in 2005 en 2006 met verzekeraars onderhandelen over de hoogte van hun tarieven. Een fysiotherapeut kan dan bijvoorbeeld een hogere vergoeding bedingen bij de verzekeraar, als hij voorkomt dat iemand in de WAO terechtkomt.
Het kabinet heeft vrijdag besloten tot dit experiment met marktwerking in de zorg. Als het slaagt, kan er definitief vrije prijsvorming in de fysiotherapie worden ingevoerd.
09-07-2004
Media hebben aandacht voor faillissementen binnen fysiotherapie
De afgelopen weken hebben de media veel aandacht besteed aan het stijgend aantal faillissementen onder de fysiotherapiepraktijken. Een interview met Bas Eenhoorn was te zien op het RTL-nieuws en de landelijke kranten publiceerden artikelen over hetzelfde onderwerp. Nadat er in januari van dit jaar al veel media aandacht besteedden aan de eerste tekenen van vraaguitval, is er nu volop aandacht voor de te vrezen gevolgen daarvan. Uit cijfers blijkt dat het bezoek aan de fysiotherapeut sinds 1 januari met vijftien procent is gedaald. In achterstandswijken, waar veel mensen wonen die geen aanvullende verzekering hebben afgesloten, ligt het cijfer zelfs hoger. Gevolg is dat per maand gemiddeld drie praktijken de deuren moeten sluiten. De Telegraaf, het Parool, Het Financieel Dagblad en BN De Stem publiceerden artikelen hierover, zowel in de gedrukte exemplaren als die op internet. In alle berichtgeving wordt goed verwoord dat de vraaguitval het gevolg is van de maatregel om fysiotherapie uit het basispakket van de ziekenfondsverzekering te halen.
06-2004
De Fysiofitheidscan positief beoordeeld.
Het is alweer een tijdje geleden dat het MTCHuizen heeft meegedaan aan de Open Dag Fysiotherapie. Op die dag is de fysiofitheidscan gratis aangeboden en hebben de deelnemers en de fysiotherapeuten vragenformulieren ingevuld. Op basis van alle geretourneerde formulieren is een betrouwbaar beeld ontstaan hoe de deelnemers de Fysiofitheidscan hebben beoordeeld.
De resultaten laten zien dat de deelnemers voornamelijk bestonden uit consumenten die zich voorbereiden om (weer) te gaan bewegen (70%) en veel klachten rapporteren aan het bewegingsapparaat en/of chronische aandoeningen hebben. De deelnemers zijn heel tevreden zijn over de Fysiofitheidscan en geven aan de scan (jaarlijks) te willen herhalen.
Naast de bestaande fysiofitheidscan geïntegreerd in de doelgroep afhankelijke intakes van de beweegprogramma’s ontwikkelt het KNGF momenteel in samenwerking met TNO-PG, NPI en NISB beweegprogramma’s voor mensen met chronische aandoeningen.
18 mei 2004
Vraag naar fysiotherapie neemt af
Het aantal zittingen fysiotherapie is in de eerste twee maanden van dit jaar gemiddeld 14,6% lager uitgevallen dan in diezelfde periode vorig jaar. Oorzaak lijkt de beperking in vergoeding voor ziekenfondsverzekerde patiënten sinds 1 januari 2004. Dat blijkt uit gegevens van de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ).
Omdat de fysiotherapeutische zorg in het ziekenfondspakket is beperkt, is fysiotherapie voor de meeste patiënten opgenomen in hun aanvullende verzekering. Desondanks is de vraag naar fysiotherapie in januari en februari duidelijk gedaald, zo blijkt uit een representatief onderzoek. De daling is geconstateerd door 23 van de 26 praktijken die gegevens aanleverden. Het LIPZ schat de gemiddelde daling van het aantal zittingen tussen de 7,5% en 21,6%.
Het is onduidelijk wat de effecten op langere termijn zullen zijn. Enerzijds zijn in de eerste maanden van 2004 de lopende behandelingen uit 2003 voortgezet. Als deze behandelingen zijn afgerond, is het mogelijk dat de daling sterker wordt. Anderzijds werd bij de invoering van de beperkende maatregel in 1996 de vraag naar fysiotherapie in eerste instantie eveneens minder, maar later in het jaar trok dit bij.
29 april 2004
Publicatie van richtlijnen in 2004 en 2005
De recente ontwikkelingen in de fysiotherapie bemoeilijken de implementatie van richtlijnen. Daarom heeft het KNGF-bestuur besloten de publicatie van in ontwikkeling zijnde richtlijnen meer te spreiden.
Het KNGF bestuur heeft gesignaleerd dat er in 2004 een forse belasting wordt gevraagd van de eerstelijns fysiotherapeut, waardoor de mogelijkheden voor implementatie van richtlijnen worden beperkt. Hoewel men van mening is dat het kwaliteitsbeleid onverkort moet worden voortgezet, wordt publicatie van richtlijnen zo gespreid dat aan het knelpunt van de belasting voor de eerstelijns fysiotherapeut tegemoet gekomen wordt.
15 april 2004
Tachtig procent ouderen met heupslijtage gebaat bij manuele therapie
Bij patiënten met heupslijtage is manuele therapie effectiever dan het geven van fysiotherapie. Ook geeft manuele therapie meer verlichting van pijnklachten en stijfheid en meer verbetering van het lopen. Heupslijtage (artrose) komt veel voor. Ongeveer tien procent van alle ouderen heeft deze ongeneeslijke aandoening.
Manuele therapie bestaat uit specifieke manipulatietechnieken door gespecialiseerde fysiotherapeuten, waarbij de gewrichten worden gemanipuleerd. 81% Van de patiënten die met manuele therapie waren behandeld, gaven na behandeling verbetering aan. Van de groep die met fysiotherapie was behandeld, was dat 50%. Daarnaast hield het effect stand tot zes maanden na het stoppen van de behandeling. Artrose kan niet genezen worden, maar de klachten kunnen wel worden verlicht met medicijnen en fysiotherapie.
Het was al langer bekend dat het doen van oefeningen onder begeleiding van een fysiotherapeut effectief is. Manuele therapie blijkt echter meer verlichting van de klachten te geven en ook nog langer te helpen dan oefentherapie.
Dit blijkt uit het onderzoek waarop Hugo Hoeksma op 25 februari promoveert aan het VU medisch centrum. Hij vergeleek een groep patiënten die werd behandeld met fysiotherapie met een groep patiënten die manuele therapie onderging. Het onderzoek werd uitgevoerd op de polikliniek van ziekenhuis Leyenburg in Den Haag.
25 februari 2004
Feiten en cijfers over fysiotherapie
Extramurale fysiotherapie kostte in 1999, inclusief de kosten die werden gemaakt via aanvullende verzekeringen, 683 miljoen euro, ofwel 43 euro per hoofd van de Nederlandse bevolking. Die 683 miljoen was 2 procent van het totale budget van de gezondheidszorg.
De totale kosten van de gezondheidszorg bedroegen in 1999 ruim 36 miljard euro, ofwel 2279 euro per hoofd van de Nederlandse bevolking. Ziekten van het bewegingstelsel vormen het belangrijkste aandachtsgebied van de fysiotherapeut, bijna de helft van de kosten van fysiotherapie in 1999. Ruim een kwart van de kosten die in 1999 besteed werden aan fysiotherapie kwam ten goede kwamen aan patiënten met nek- en rugklachten.
Met ingang van 1 januari 2004 worden de kosten van fysiotherapie niet langer vanuit de ziekenfondsverzekering vergoed. Het is aannemelijk dat door deze maatregel een verschuiving in de kosten zal optreden van fysiotherapie naar andere sectoren van de gezondheidszorg.
Bron: Ned Tijdschr Fysiother 2004;114(1):27.
februari 2004

Folderserie ‘Voorlichting Fysiotherapie’uitgebreid.
Wie er vakmatig mee bezig is, weet wat voor complex geheel het menselijk lichaam is. Veel mensen beseffen echter niet hoeveel vernuft er achter de meest alledaagse bewegingen zit. Daarom is het goed om de kennis die fysiotherapeuten in huis hebben over bewegen en houding actief uit te dragen. Naar zowel patiënten als niet-patiënten, kortom, iedereen die gezond wil blijven of wil worden. Zodat er geen misverstand over kan bestaan waar fysiotherapie voor staat en welke maatschappelijke bijdrage het vak levert. De fysiotherapeut is de deskundige van ons dagelijks bewegen.
Op diverse manieren wordt gewerkt aan een stevigere positie van fysiotherapie binnen de zorg. Dat is één van de redenen waarom het KNGF de folderserie 'Voorlichting Fysiotherapie' heeft ontwikkeld. De serie is inmiddels uitgebreid tot elf folders en wordt ieder jaar uitgebreid.
11 februari 2004
Fysiotherapie en oefentherapie helpt vaak snel. 18 december 2003
Vier van de vijf patiënten sluiten de behandeling van de fysiotherapeut af met een gunstig resultaat. Bij 55 procent van de patiënten bestaat de behandeling uit minder dan tien zittingen. Het merendeel van de behandelingen (90%) wordt binnen zes maanden afgesloten.Ee |