MTC HUIZEN
 
 
Multi Therapeutisch Centrum Huizen
035 52 413 89 (08.30u-12.00u)
Volg MTC Huizen op FacebookVolg MTC Huizen op Twitter

Oefenen voor kraakbeenverbetering (Roos)

Oefentherapie onvoldoende toegepast bij artrose
Gematigd oefenen is effectief om pijn te verminderen en de gewrichtsfunctie te verbeteren. (1) De mogelijkheid om artrose te behandelen met oefentherapie wordt onvoldoende toegepast (2) Het kenmerk van artrose is kraakbeenverlies. Omdat atrose wordt gezien als een slijtage ziekte is de belangrijkste rem om te oefenen de gedachte dat oefenen schadelijk zou zijn voor het kraakbeen. (3). Echter studies met het laten oefenen van dieren tonen aan dat oefenen tegen kraakbeenachteruitgang kan beschermen.(4,5,6) Het effect van oefenen op menselijk kraakbeen is grotendeels onbekend doordat voorheen het kraakbeen niet in vivo onderzocht kon worden. Om kraakbeenveranderingen in een vroeg stadium te kunnen bestuderen is een MRI techniek ontwikkeld. (7) Deze techniek bepaalt de kraakbeenkwaliteit door de dichtheid van glycosaminoglycanen in het kraakbeen te meten.(8,9,10) Glycosaminoglycanen vormen blokken van proteoglycanen en zijn onmisbaar voor de belangrijke viscoelastische kwaliteiten van kraakbeen.(11) Om aan te tonen dat gematigd oefenen de kraakbeenkwaliteit bij mensen met tekenen van beginnende artrose kan verbeteren pasten Roos et al. bij een groep mensen van middelbare leeftijd, die een meniscectomie hadden ondergaan, een oefenprogramma toe. Met de MRI meting tonen Roos et al. aan dat door gematigd oefenen het gehalte aan glycosaminoglycanen in kraakbeen toeneemt. Tevens namen de klachten af en nam de gewrichtsfunctie toe.
Zij concluderen dan ook dat gematigd oefenen een goede keuze kan zijn bij de behandeling van artrose.
(12)

Oefenprogramma.
Doel van het oefenprogramma is het verbeteren van de neuromusculaire controle, de spierkracht en de conditie. De groep kan elke dag oefenen gedurende 4 maanden. Minimaal 3 maal per week moeten de deelnemers aanwezig zijn. De training duurt 1 uur. De oefeneningen worden wat betreft gewrichtsbelasting opgebouwd. Tijdens het oefenen is er constant aandacht voor de juiste sturing en controle van de oefening door de fysiotherapeut. Na een warmingup, coördinatie- en rekoefeningen volgt een circuit van 5 stations. Per station worden 2 tot 3 oefeningen uitgevoerd. Drie niveaus in zwaarte van de oefeningen worden in de 4 maanden opgebouwd.
Voorbeelden van de oefeningen in het circuit op niveau 1 ziet u hieronder, waarbij oefening 22 bijvoorbeeld de 2e oefening is bij station 2

Oefenprogramma:Kraakbeen verbeteringRegio:knie
Het oefenprogramma bestaat uit 4 onderdelen: 1 Warming-up 2 Lenigheidsoefeningen en coordinatieoefeningen 3 rekoefeningen en circuittraining
De circuittraining bestaat uit 5 stations met 2 tot 3 oefensequenties. Het niveau wordt in 3 stadia opgebouwd in zwaarte en moeilijkheidsgraad.
Sel.Oefeningen:AfbeeldingSel.Oefeningen:Afbeelding
Oefening: 11 Kenmerk: Balanceer in crook lying
Balanceer de bal onder de voet van links naar rechts. Met het andere been vrij in de lucht. Probeer om gelijktijdid de hander in de tegengestelde richting te bewegen.

Oefening: 12 Kenmerk: Balanceer bal onder hiel
In ruglig met bal bal onder de hiel van een been. Til het achterwerk op en balanceer. Wissel vervolgens van been

Oefening: 13 Kenmerk: Joggen op trampoline
Joggen op trampoline

Oefening: 21 Kenmerk: Ante-flexion
Opmerkingen:
De schuine galg wordt vastgehouden voor de stabiliteit.Bij exorotatie van de voet wordt vastus medialis meer benadrukt, bij endorotatie vastus lateralis.
Ademhaling:
Uitademen bij het naar voren brengen, inademen bij de teruggaande beweging.

Oefening: 22 Kenmerk: Retro-flexion I
Opmerkingen:
De voet manchet op het smalste deel van het onderbeen.De schuine galg wordt vastgehouden voor de stabiliteit.
Ademhaling:
Uitademen tijdens het naar achter bewegen, inademen tijdens de teruggaande beweging.

Oefening: 23 Kenmerk: Ab-duction I
Opmerkingen:
De schuine galg wordt vastgehouden voor de stabiliteit.
Ademhaling:
Uitademen tijdens het naar buiten brengen van het been, inademen tijdens het naar binnen brengen van het been.

Oefening: 31 Kenmerk: Slideboard zijwaarts
Sta naast het slideboard en schuif voet zijwaarts.

Oefening: 32 Kenmerk: Slideboard voor-achterwaarts
Sta voor het slideboard en schuif een voet achterwaarts. Keer om en schuif een voet achterwaarts.

Oefening: 41 Kenmerk: Gaan staan met halterstang
Gaan staan en zitten met halterstang

Oefening: 42 Kenmerk: Balanceer op airexmat met halterstang
Balanceer op airexmat met halterstang

Oefening: 43 Kenmerk: Afstappen op airexmat
Van stepboard afstappen op airexmat

Oefening: 51 Kenmerk: Opstap vanaf wig
Op stepboard stappen eventueel vanaf wig. Kom op de stepboard tot volledige kniestrekking

Oefening: 52 Kenmerk: Lunges met halter
Uitstap naar voren. Door de voorste knie zakken tot een 90 graden buiging. De achterste knie gaat richting de grond en het rechterbovenbeen blijft in lijn met het bovenlichaam.

Oefening: 53 Kenmerk: Balanceer op wig.
Staande op wig. Hef een been tot 90 graden buiging in heup en knie. Verzwaring door halterstang op schouderhoogte of hoofdhoogte voor resp boven het lichaam te dragen.

Bron: EM Roos, L Dahlberg: Positive effects of moderate exercise on knee cartilage glycosaminoglycan content. A four-month randomized controlled trial in patients at risk of osteoarthritis. Arthritis Rheum 2005, 52: 3507-14.prod: M. de Kogel

Referenties
1. Fransen M, McConnell S, Bell M. Exercise for osteoarthritis of the hip or knee. Cochrane Database Syst Rev 2003:CD004286.
2. Jordan KM, Sawyer S, Coakley P, Smith HE, Cooper C, Arden NK. The use of conventional and complementary treatments for knee osteoarthritis in the community. Rheumatology (Oxford) 2004;43:381-4.
3. Thorstenson CA, Roos EM, Petersson IF, Arvidsson B. How do patients conceive exercise as treatment of knee osteoarthritis? Disabil Rehabil 2005;In press.
4. Otterness IG, Eskra JD, Bliven ML, Shay AK, Pelletier JP, Milici AJ. Exercise protects against articular cartilage degeneration in the hamster. Arthritis Rheum 1998;41:2068-76.
5. Galois L, Etienne S, Grossin L, Cournil C, Pinzano A, Netter P, et al. Moderate-impact exercise is associated with decreased severity of experimental osteoarthritis in rats. Rheumatology (Oxford) 2003;42:692-3; author reply 3-4.
6. Brismar BH, Lei W, Hjerpe A, Svensson O. The effect of body mass and physical activity on the development of guinea pig osteoarthrosis. Acta Orthop Scand 2003;74:442-8.
7. Gray ML, Eckstein F, Peterfy C, Dahlberg L, Kim YJ, Sorensen AG. Towards imaging biomarkers for osteoarthritis. Clin Orthop Relat Res 2004;S175-81.
8. Bashir A, Gray ML, Burstein D. Gd-DTPA2- as a measure of cartilage degradation. Magn Reson Med 1996;36:665-73.
9. Bashir A, Gray ML, Boutin RD, Burstein D. Glycosaminoglycan in articular cartilage: in vivo assessment with delayed Gd(DTPA)(2-)-enhanced MR imaging. Radiology 1997;205:551-8.
10. Bashir A, Gray ML, Hartke J, Burstein D. Nondestructive imaging of human cartilage glycosaminoglycan concentration by MRI. Magn Reson Med 1999;41:857-65.
11. Lu XL, Sun DD, Guo XE, Chen FH, Lai WM, Mow VC. Indentation determined mechanoelectrochemical properties and fixed charge density of articular cartilage. Ann Biomed Eng 2004;32:370-9.
12. Englund M, Roos EM, Lohmander LS. Impact of type of meniscal tear on radiographic and symptomatic knee osteoarthritis: a sixteen-year followup of meniscectomy with matched controls. Arthritis Rheum 2003;48:2178-87.




Laatste wijziging:02-06-2006 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic