|
Oefenen voor kraakbeenverbetering (Roos)
Oefentherapie onvoldoende toegepast bij artrose
Gematigd oefenen is effectief om pijn te verminderen en de gewrichtsfunctie te verbeteren. (1) De mogelijkheid om artrose te behandelen met oefentherapie wordt onvoldoende toegepast (2) Het kenmerk van artrose is kraakbeenverlies. Omdat atrose wordt gezien als een slijtage ziekte is de belangrijkste rem om te oefenen de gedachte dat oefenen schadelijk zou zijn voor het kraakbeen. (3). Echter studies met het laten oefenen van dieren tonen aan dat oefenen tegen kraakbeenachteruitgang kan beschermen.(4,5,6) Het effect van oefenen op menselijk kraakbeen is grotendeels onbekend doordat voorheen het kraakbeen niet in vivo onderzocht kon worden. Om kraakbeenveranderingen in een vroeg stadium te kunnen bestuderen is een MRI techniek ontwikkeld. (7) Deze techniek bepaalt de kraakbeenkwaliteit door de dichtheid van glycosaminoglycanen in het kraakbeen te meten.(8,9,10) Glycosaminoglycanen vormen blokken van proteoglycanen en zijn onmisbaar voor de belangrijke viscoelastische kwaliteiten van kraakbeen.(11) Om aan te tonen dat gematigd oefenen de kraakbeenkwaliteit bij mensen met tekenen van beginnende artrose kan verbeteren pasten Roos et al. bij een groep mensen van middelbare leeftijd, die een meniscectomie hadden ondergaan, een oefenprogramma toe. Met de MRI meting tonen Roos et al. aan dat door gematigd oefenen het gehalte aan glycosaminoglycanen in kraakbeen toeneemt. Tevens namen de klachten af en nam de gewrichtsfunctie toe.
Zij concluderen dan ook dat gematigd oefenen een goede keuze kan zijn bij de behandeling van artrose.(12)
Oefenprogramma.
Doel van het oefenprogramma is het verbeteren van de neuromusculaire controle, de spierkracht en de conditie. De groep kan elke dag oefenen gedurende 4 maanden. Minimaal 3 maal per week moeten de deelnemers aanwezig zijn. De training duurt 1 uur. De oefeneningen worden wat betreft gewrichtsbelasting opgebouwd. Tijdens het oefenen is er constant aandacht voor de juiste sturing en controle van de oefening door de fysiotherapeut. Na een warmingup, coördinatie- en rekoefeningen volgt een circuit van 5 stations. Per station worden 2 tot 3 oefeningen uitgevoerd. Drie niveaus in zwaarte van de oefeningen worden in de 4 maanden opgebouwd.
Voorbeelden van de oefeningen in het circuit op niveau 1 ziet u hieronder, waarbij oefening 22 bijvoorbeeld de 2e oefening is bij station 2
Referenties
1. Fransen M, McConnell S, Bell M. Exercise for osteoarthritis of the hip or knee. Cochrane Database Syst Rev 2003:CD004286.
2. Jordan KM, Sawyer S, Coakley P, Smith HE, Cooper C, Arden NK. The use of conventional and complementary treatments for knee osteoarthritis in the community. Rheumatology (Oxford) 2004;43:381-4.
3. Thorstenson CA, Roos EM, Petersson IF, Arvidsson B. How do patients conceive exercise as treatment of knee osteoarthritis? Disabil Rehabil 2005;In press.
4. Otterness IG, Eskra JD, Bliven ML, Shay AK, Pelletier JP, Milici AJ. Exercise protects against articular cartilage degeneration in the hamster. Arthritis Rheum 1998;41:2068-76.
5. Galois L, Etienne S, Grossin L, Cournil C, Pinzano A, Netter P, et al. Moderate-impact exercise is associated with decreased severity of experimental osteoarthritis in rats. Rheumatology (Oxford) 2003;42:692-3; author reply 3-4.
6. Brismar BH, Lei W, Hjerpe A, Svensson O. The effect of body mass and physical activity on the development of guinea pig osteoarthrosis. Acta Orthop Scand 2003;74:442-8.
7. Gray ML, Eckstein F, Peterfy C, Dahlberg L, Kim YJ, Sorensen AG. Towards imaging biomarkers for osteoarthritis. Clin Orthop Relat Res 2004;S175-81.
8. Bashir A, Gray ML, Burstein D. Gd-DTPA2- as a measure of cartilage degradation. Magn Reson Med 1996;36:665-73.
9. Bashir A, Gray ML, Boutin RD, Burstein D. Glycosaminoglycan in articular cartilage: in vivo assessment with delayed Gd(DTPA)(2-)-enhanced MR imaging. Radiology 1997;205:551-8.
10. Bashir A, Gray ML, Hartke J, Burstein D. Nondestructive imaging of human cartilage glycosaminoglycan concentration by MRI. Magn Reson Med 1999;41:857-65.
11. Lu XL, Sun DD, Guo XE, Chen FH, Lai WM, Mow VC. Indentation determined mechanoelectrochemical properties and fixed charge density of articular cartilage. Ann Biomed Eng 2004;32:370-9.
12. Englund M, Roos EM, Lohmander LS. Impact of type of meniscal tear on radiographic and symptomatic knee osteoarthritis: a sixteen-year followup of meniscectomy with matched controls. Arthritis Rheum 2003;48:2178-87.
Laatste wijziging:02-06-2006 M. de Kogel JavaScript DHTML Menu Powered by Milonic
|